Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Verminderd pijngerelateerd leergedrag bij fibromyalgie

    Verminderd pijngerelateerd leergedrag bij fibromyalgie

    24/06/2018 | Marjolein Streur | fibromyalgie, verwachtingen en pijn
    Visualisatie van een man met een abstracte representatie van het brein, symboliserend pijn en leerprocessen
    Wat gebeurt er met bedreigingsleren wanneer pijnprikkels zich onvoorspelbaar verspreiden bij fibromyalgie?

    Chronische pijn vertekent leergedrag: patiënten met fibromyalgie leren minder selectief welke signalen pijn voorspellen. Daardoor ontstaat een brede, overprotectieve respons op diverse prikkels. Nieuw onderzoek gebruikt een fictief dagboek om dit mechanisme zonder echte pijn bloot te leggen.

    Pijn is een vitaal alarmsysteem. Een nauwkeurige voorspelling of en waar in het lichaam pijn optreedt is nodig om de juiste acties te kiezen om te overleven. De klassieke conditionering volgens Pavlov ligt aan deze voorspelling ten grondslag: als een stimulus eerder pijn uitgelokt heeft, kan uiteindelijk de stimulus alleen al angst voor de pijn oproepen. Omdat verschillende externe, interne en proprioceptieve stimuli tegelijk aanwezig zijn tijdens een pijnepisode is het moeilijk om de exacte voorspeller voor de pijn vast te stellen. Dit kan ervoor zorgen dat niet alleen de oorzaak van de pijn als stimulus wordt gezien, maar ook andere omstandigheden die tijdens het pijnmoment aanwezig waren. Als bijvoorbeeld iemand een schietende pijn voelt bij het uit bed komen, kan de persoon die pijn niet alleen associëren met een specifiek rekmoment in een beweging, maar ook met slecht slapen of zelfs met oefeningen de voorgaande dag.
    Een mogelijk mechanisme dat de disfunctionele verspreiding van beschermende responsen verklaart is dat het leervermogen wat betreft bedreigingen verstoord is. Er zijn aanwijzingen dat mensen met chronische pijnklachten hier vooral last van hebben. De beste manier om dit te onderzoeken is de blocking procedure. Hierbij wordt in de eerste fase een gebeurtenis (A1) gekoppeld aan pijn. In de tweede fase wordt een andere gebeurtenis (A2) toegevoegd aan de eerste gebeurtenis. In de cruciale test wordt dan gekeken of de angst/pijn respons bij de tweede gebeurtenis even sterk is als bij de originele gebeurtenis. Vaak is deze respons op de tweede gebeurtenis zwak of niet aanwezig, maar hier bestaan grote individuele verschillen in. Mensen met hogere gevoeligheid voor angst reageren bijvoorbeeld sterker op de tweede gebeurtenis. Dit impliceert dat zij minder goed selectief leren op het gebied van pijngerelateerde angst.  Een verstoord selectief leergedrag op het gebied van angst lijkt een belangrijk mechanisme te zijn bij mensen met chronische pijnklachten, waardoor er een excessieve beschermende respons optreedt op een brede range van prikkels.
    In deze studie testen de onderzoekers de hypothese dat mensen met fibromyalgie een verminderd selectief leergedrag hebben bij bedreiging, vergeleken met gezonde mensen.

    Lees verder:  Bespreken van de verwachting beïnvloedt de uitkomst van fysiotherapie

    Methode

    In deze studie ontwikkelden de onderzoekers een andere methode om de respons te onderzoeken. Aan de hand van een dagboek van een fictieve patiënt met fibromyalgie, moesten participanten scoren of ze bepaalde situaties pijn verwachtten. Vervolgens kregen ze verbale feedback of er wel of geen pijn optrad. Op deze manier leerden de deelnemers selectief de pijnsituatie in te schatten, zonder zelf blootgesteld te worden aan pijn.
    Mensen met fibromyalgie (FM) werden gematched met gezonde, pijnvrije mensen. De mensen met FM hadden de diagnose FM en flinke beperkingen in het dagelijks functioneren als gevolg van de aandoening.
    De onderzoekers selecteerden zes situaties die de patiënten beschouwden als reële triggers van pijnepisodes. De volgende zinnen werden geformuleerd als triggers, met Kim als fictieve FM-patiënt:

    • Kim heeft stress (emotie)
    • Kim heeft gestofzuigd (activiteit)
    • Kim heeft slecht geslapen (fysiek)
    • Het weer was slecht vandaag (omgeving)
    • Kim had ruzie met haar man (sociaal)
    • Kim heeft de hond uitgelaten (activiteit)

    Vier van deze zinnen werden gebruikt in fase 1, twee andere zinnen in fase 2.
    Eerst gaven de deelnemers aan of ze verwachtten dat Kim pijn zou hebben (gezien vanuit zichzelf), in de rest van het onderzoek – na feedback of Kim wel of geen pijn kreeg – keken ze vanuit het standpunt van Kim.

    Na het uitvoeren van het experiment vulden alle deelnemers vragenlijsten in om eventuele individuele psychologische verschillen vast te kunnen stellen. De volgende vragenlijsten werden gebruikt:

    • Chronic Pain Grade, voor de ernst van de pijn.
    • Pain Cognition List, voor de cognities ten aanzien van de pijn.
    • Tampa Scale voor bewegingsangst.
    • Fibromyalgia Impact Questionnaire, voor beperkingen door de fibromyalgie.
    • Positive and Negative Affect Schedule, voor het vaststellen van karaktereigenschappen.
    • Hospital Anxiety and Depression Scale voor angst en depressie.
    • Fear of Pain Questionnaire, voor pijngerelateerde angst.
    • Attentional Control Scale, voor het vaststellen van de controle over de aandacht en het verplaatsen van de aandacht.
    Lees verder:  Psychiatrische aandoeningen en fibromyalgie

    Resultaten

    Er werden 27 mensen met fibromyalgie geïncludeerd (26 vrouwen, gemiddelde leeftijd 46 jaar) en 27 gematchte gezonde mensen (gemiddelde leeftijd 48 jaar). In de eerste fase leerden alle deelnemers succesvol te differentiëren tussen de oorspronkelijke stimulus (A1) en de tweede stimulus (A2). Vervolgens scoorden de gezonde deelnemers een verschil in pijnverwachting in reactie op de verschillende stimuli. Bij de mensen met FM was dit niet het geval, maar het verschil tussen de groepen was niet significant. Het gebrek aan het kunnen blokkeren bij de patiënten met FM ondersteunt de hypothese van het onderzoek dat mensen met FM minder goed selectief kunnen leren.

    Conclusie

    Deze studie geeft direct, maar nog onvolledig bewijs voor een verstoord selectief leergedrag op angst bij mensen met chronische pijnklachten, in dit geval fibromyalgie. De auteurs geloven dat verstoringen in het leerproces bijdrage aan de overgang van regionale musculoskeletale pijn naar wijdverbreide pijn, door een toenemende pijngerelateerde angst. Toekomstige onderzoeken kunnen zich richten op hoe dit probleem aangepakt kan worden met cognitieve gedragstherapie.

    Bron:

    Meulders, A., Boddez, Y., Blanco, F., Van Den Houte, M., Vlaeyen, J.W.S. (2018). Reduced selective learning in patients with fibromyalgia vs healthy controls. Pain. Mar 12. doi: 10.1097/j.pain.0000000000001207

    Fotocredit: Lia Koltyrina / Shutterstock.

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    [cboxarea id="cbox-mGd1up104o5z8UP8"]
    Marjolein Streur

    Marjolein Streur

    Fysiotherapeut/fysiotherapiewetenschapper. Referent/samenvatter. Speerpunt leefstijlcoaching en psychologie. Volgde de universitaire focusopleiding ‘klinische en gezondheidspsychologie’.

    Posts navigation

    ← Vooral verbetering bij duimartrose in eerste zes weken fysiotherapie
    Verwachting van pijn remt de motoriek bij angstige patiënt →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen