Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Slechte cardiovasculaire fitheid een risicofactor voor dementie op jonge leeftijd

    Slechte cardiovasculaire fitheid een risicofactor voor dementie op jonge leeftijd

    24/03/2014 | Marjolein Streur | diabetes
    Een cartoonachtige hersenfiguur die op een loopband rent, symboliseert de relatie tussen fitheid en cognitieve gezondheid
    Jonge jaren tellen: betere conditie en mentale fitheid lijken samen het risico op dementie te verlagen.

    Jonge mannen met lage cardiovasculaire fitheid hebben later een significant hoger risico op vroege dementie of MCI. Het risico is nog veel groter wanneer ook het cognitief functioneren laag is. Vroegtijdige inspanning kan dus impact hebben op hersengezondheid op middellange leeftijd.

    Onderzoeken naar dementie richten zich vaak vooral op mensen die op hogere leeftijd geheugenstoornissen of dementie ontwikkelen. Dementie kan echter ook op jongere leeftijd ontstaan, vaak tussen de 40 en 65 jaar. Deze vorm van dementie grijpt heftig in op het leven van vaak sociaal en maatschappelijk actieve mensen. Het ziekteproces verloopt vaak sneller en ernstiger. Meer onderzoek naar deze vorm van dementie is dus belangrijk. Vaak wordt gedacht dat dementie op jonge leeftijd vooral door erfelijkheid wordt veroorzaakt, maar in feite is dat maar bij minder dan 0,1% van de patiënten het geval. Studies naar dementie op hogere leeftijd rapporteren positieve effecten van langdurige fysieke en cognitieve activiteiten op cognitie, risico op dementie en verloop van de dementie. Het doel van dit onderzoek was om te beoordelen of cardiovasculaire fitheid, al dan niet in combinatie met cognitief functioneren, bij 18-jarige mannen geassocieerd is met dementie of Mild Cognitive Impairment (MCI) op latere leeftijd (onder de 60 jaar).

    Methode
    Gegevens voor dit onderzoek zijn gehaald verschillende registers die in Zweden nationaal gebruikt worden. Aan de hand van een persoonlijk identificatie nummer is het mogelijk deze gegevens te koppelen aan andere registers.

    Fysieke en psychologische testen zijn uitgevoerd bij 18-jarige mannen in militaire dienst moesten treden.
    Cardiovasculaire fitheid is gemeten door middel van een fiets ergometer test (Nordesjö, 1974). Op basis van de uitkomsten hiervan, werden de mannen ingedeeld in laag, gemiddeld of hoog niveau van fitheid.
    De testen voor cognitieve vaardigheden (Carlstedt, 2000) bestonden uit verschillende domeinen:

    • logisch redeneren: vermogen om geschreven instructies te begrijpen en toe te passen
    • verbale intelligentie: het vermogen om een juist synoniem of tegenovergestelde van een woord te benoemen
    • visuospatiele vaardigheden: het vermogen om 3D objecten te herkennen aan de hand van een serie 2D afbeeldingen
    • technische intelligentie: vermogen om een complex probleem op te lossen met basiskennis natuurkunde en wiskunde.
    Lees verder:  Stress verkort onze telomeren en leidt zo naar fysieke en mentale aandoeningen

    Ook hierbij werden de mannen ingedeeld in laag, gemiddeld of hoog niveau van cognitief functioneren.

    Voor het ontstaan van dementie of MCI werd gebruik gemaakt van de diagnosecodes in het Zweedse Nationaal Ziekenhuis Register.
    Niveau van educatie is vastgelegd in de ‘Longitudinal Integration Database for Health Insurance and Labor Market Studies’
    Gegevens over overlijdens zijn gehaald uit het Cause of Death Register.

    Door het gebruik van deze registers is het mogelijk geweest om voor dit onderzoek de gegevens van 1.353.723 mannen te includeren. Mensen met neurologische of psychiatrische stoornissen of symptomen van baseline tot de eerste 20 jaar werden geëxcludeerd van de studie.

    Resultaten
    In de populatie mannen waar gegevens bekend waren over cardiovasculaire fitness (n=1.174.483) ontwikkelden 662 mannen dementie en 213 mannen MCI. In de populatie met informatie over het cognitief functioneren (n=1.172190) was dit respectievelijk 657 en 212.
    Mannen met lage en gemiddelde fitnesslevels hadden een verhoogd risico om met dementie of MCI te worden gediagnosticeerd, vergeleken met mannen met hoge fitnesslevels. Dit gold ook voor mensen met een laag niveau van cognitief functioneren. Mensen die een gemiddeld cognitief niveau hadden, liepen een groter risico op de diagnose dementie, maar niet op MCI. Deze gegevens veranderden niet of nauwelijks als er werd gecorrigeerd voor cerebrovasculaire ziektes, diabetes en hypertensie.
    Een laag niveau van zowel cardiovasculaire fitheid en cognitief functioneren leidde tot een verzevenvoudiging van het risico op dementie en een verachtvoudiging van het risico op MCI, vergeleken met de groep die ‘hoog’ op beide scoorden. Hoge cardiovasculaire fitnesslevels bij mensen met laag cognitief functioneren verminderde het risico op dementie op jonge leeftijd met 48%. Hoog cognitief functioneren bij mensen met lage cardiovasculaire fitheid verminderde het risico op dementie met 74%.

    Lees verder:  Intervaltraining helpt tegen veroudering van spiercellen

    Opmerkingen samenvatter
    Zowel lage cardiovasculaire fitnesslevels als laag cognitief functioneren bij 18- jarige mannen lijkt geassocieerd te zijn met een verhoogd risico op dementie op jonge leeftijd en MCI. Het grootste risico wordt gelopen door mensen met lage fitheidsniveaus en laag cognitief functioneren. Hoge en gemiddelde niveaus van cardiovasculaire fitness verminderen het risico van dementie op jonge leeftijd, met name als het niveau van cognitie laag is. Dit benadrukt het belang van goede fitnesslevels bij jong volwassenen.

    Bron:

    Nyberg, J., Aberg, M.A.I., Schioler, L., Nilsson, M., Wallin, A., Toren, K., Kuhn, H.G. (2014). Cardiovascular and cognitive fitness at age 18 and risk of early-onset dementia. Brain, Mar 6:1-10. doi: 10.1093/brain/awu041

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    [cboxarea id="cbox-mGd1up104o5z8UP8"]
    Marjolein Streur

    Marjolein Streur

    Fysiotherapeut/fysiotherapiewetenschapper. Referent/samenvatter. Speerpunt leefstijlcoaching en psychologie. Volgde de universitaire focusopleiding ‘klinische en gezondheidspsychologie’.

    Posts navigation

    ← De inhoud van een oefenprogramma na anteriore schouderluxatie
    Stabiliteit enkel trainen via onaangedane zijde →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen