Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
    • JOUW CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search

    Manuele heuptechnieken vergroten uitstijgduur en -hoogte bij waterpolo

    26/04/2014 | Peter Van Burken | sportletsels

    Manuele heuptechnieken blijken ROM en pijn te verbeteren bij junior waterpoloërs. De eggbeater-hoogte en -duur stegen visueel meer na behandeling, maar niet significant. Interessante praktische implicaties ondanks beperkte bewijssterkte.

    De ‘eggbeater kich’ is de vaardigheid van waterpoloërs om zich uit het water op te heffen en een tijdje omhoog te blijven. Vanuit die positie kan dan bijvoorbeeld een schot geplaatst worden. Het betreft een cyclische beweging van de benen die alternerend endo- en exoroteren in een flexieabductie stand van de heup. Onderzoek suggereert dat de mobiliteit van de heup mede de effectiviteit van de ‘eggbeater’ bepaald. Er is nog geen onderzoek gedaan naar het effect van heupmobilisaties op de ‘eggbeater’. Op stoornisniveau zijn er wel diverse onderzoeken bekend die een positief effect laten zien van diverse manuele technieken op gewrichtsmobiliteit van bijvoorbeeld de nek of schouder, zoals: triggerpoint behandeling, fricties, diepe massage, actief mobiliseren, en passief mobiliseren. Maar het effect bij de heup rotaties is nog niet eerder onderzocht. Manuele technieken kunnen ook pijn reduceren. Ook op activiteitenniveau (sportprestaties) is er in het algemeen nog relatief weinig onderzoek gedaan naar het effect van manuele technieken. Enkele aangetoonde effecten zijn: verminderde vermoeidheid, of prestaties langer op peil houden, betere fiets-ergometrische prestaties (doorgaans na massage). De auteurs willen weten of manuele technieken de mobiliteit en pijn van de heup verbeteren bij waterpoloërs, en zo de sportprestatie (‘eggbeater’).

    Methode
    Aan dit onderzoek doen 16 junior elite waterpoloërs mee. Ze hadden geen blessures die training niet mogelijk maakte. Doorgaans hebben ze echter wel enige spierpijn rond de heup na de training (dit is gangbaar in deze tak van sport). Het betrof een gerandomiseerd cross-over design: de spelers werden at random verdeeld in een groep die naast de gangbare training ook 4 weken therapie kreeg en een groep die alleen de training kreeg. Na een washout periode van 4 weken, werden de groepen gewisseld.

    • De ROM van de heup endorotatie en exorotatie werd gemeten in 90 graden flexie/ 45graden abductie. De onderzoeker was ‘blind’ voor onderzoeksconditie.
    • De bilaterale abductie werd in ruglig gemeten met de knieën 90 graden gebogen en de voetzolen tegen elkaar. De afstand fibulakopje-bank werd opgetekend.
    • De absolute hoogte (beste van 6 pogingen) die de waterpoloërs uit het water konden komen werd opgemeten.
    • Bovendien werd gekeken hoe lang men een bepaalde hoogte van de eggbeater kon vasthouden.
    • De huidige status van heuppijn werd voor en na elke testperiode met een VAS/ opgetekend.
    Lees verder:  Mindfulness training toevoegen aan fysiotherapie is gunstig voor de geblesseerde sporter

    De manuele interventie bestond uit 2 sessies per week van 45 minuten gedurende 4 weken. De technieken werden uit de literatuur gehaald met relevantie voor heupmobilisatie:

    • Langdurige druk op trigger points in de tensor fascia latae, psoas, iliacus, adductoren, en gluteus.
    • Passieve weefsel spanning op de glutei en heup exorotatoren.
    • Frictie massage van de iliolumbale ligament en L4-L5 interspinosa.
    • Rekken van het voorste heupkapsel, m. gluteus en m. piriformis.
    • Laterale heup tractie met autogordel.

    Resultaten
    Zowel de passieve als de actieve ROM neemt alleen statistisch significant toe in de experimentele groep. Wat betreft maximale hoogte en de duur van de ‘eggbeater’ is er in de grafiek wel een sterkere toename te zien in de experimentele groep maar dit wordt niet statistisch significant. De kans echter dat de grootte van deze verbetering relevant is voor spelsituaties is aanzienlijk groter in de experimentele groep. Ook op spierpijn na training/ wedstrijd ziet men een verbetering in het voordeel van de experimentele groep. De relatie tussen de verbeterde ROM aan de ene kant en sportprestatie aan de andere kant blijft nog onduidelijk omdat de correlatie coëfficiënt tussen deze twee groepen variabelen niet statistisch significant zijn.

    Bron:

    Mosler, A.B., Blanch, P.D., Hiskins, B.C. (2006). The effect of manual therapy on hip joint range of motion, pain and eggbeater kick performance in water polo players. Physical therapy in sport, 7, 128-136. doi: 10.1016/j.ptsp.2006.04.001

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← Rompstabiliteit lijkt invloed te hebben op schouderaandoeningen
    Mentale oefeningen verminderen negatieve gevolgen van pols immobilisatie →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen