Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
    • JOUW CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search

    Bewegen vermindert achteruitgang in cognitief en gedragsmatig fuctioneren bij dementie

    15/03/2020 | Shanty Sterke | fysieke activiteit, gecombineerde leefstijlinterventie (GLI), ouderen
    Oudere man met een serieuze blik, mogelijk met milde cognitieve problemen, in een lichte omgeving
    Matig intensief bewegen remt cognitieve achteruitgang en vermindert gedragsproblemen bij dementie aantoonbaar.

    Aerobe oefeningen verminderen cognitieve achteruitgang en gedragsproblemen bij mensen met lichte tot ernstige dementie. Effecten zijn het sterkst bij matig-intensieve training en meer dan 24 uur totaal. Vooral werkgeheugen en gedragsklachten zoals apathie verbeteren of blijven stabieler.

    Aerobe oefeningen kunnen de cognitieve achteruitgang en gedragsproblemen bij mensen met milde cognitieve problemen of dementie verminderen. Dat blijkt uit een systematisch literatuuronderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of physiotherapy. De onderzoekers hebben het bewijs uit studies naar bewegen en cognitief functioneren en gedragsproblemen op een rijtje gezet. De oefeningen moeten minstens matig intensief zijn en de totale trainingsduur langer dan vierentwintig uur.

    De auteurs vonden vijftig artikelen waaraan bij elkaar opgeteld ruim vijfduizend deelnemers meededen. Allen met cognitieve problemen variërend van licht tot ernstig dement. De studies rapporteerden verschillende interventies, onder meer aerobe oefeningen, krachtoefeningen en wandelen.

    Om het effect van de interventies ten opzichte van de controlegroepen uit te drukken, berekenden de auteurs het gestandaardiseerd gemiddeld verschil. Dit is een statistische manier om uitkomstmaten uit verschillende studies samen te voegen. Een gestandaardiseerd gemiddeld verschil of effectgrootte van 0,2 tot 0,3 wordt in de statistiek beschouwd als een klein effect. Tussen 0,3 en 0,8 geldt als een matig effect en een effectgrootte van meer dan 0,8 is een groot effect.

    Resultaten

    Uit de analyses waarbij de resultaten van vijfendertig studies samen werden genomen, bleek dat oefeninterventies een gunstig effect hebben op het globale cognitief functioneren. Het gestandaardiseerd gemiddeld verschil was 0,44. Aerobe oefeningen waren het meest effectief. Matig tot intensieve aerobe oefeningen hadden een effectgrootte van 0,60. Bij een totale trainingsduur van langer dan vierentwintig uur, was het effect nog sterker, namelijk 0,66.

    De auteurs keken ook naar verschillende afzonderlijke cognitieve functies. Hierbij vonden ze dat oefeninterventies de achteruitgang van het werkgeheugen verminderen, de effectgrootte was 0,28. Ze vonden daarnaast ook een effect op de taalfunctie. Deze ging minder sterk achteruit, effectgrootte 0,17. Op andere cognitieve functies, zoals plannen, aandacht richten en vasthouden, en redeneren, vonden ze geen duidelijke effecten van lichaamsbeweging.

    Lees verder:  Traag ademen verbetert de slaapkwaliteit van de patiënt

    De onderzoekers konden negen studies naar gedragsproblemen met in totaal ruim elfduizend deelnemers bij elkaar voegen. Daaruit bleek dat lichaamsbeweging ook een gunstig effect heeft op de gedragsproblemen die vaak bij dementie voorkomen. De effectgrootte was 0,36.

    Discussie

    Lichaamsbeweging heeft een gunstig effect op het algemeen cognitief functioneren. Maar als je de verschillende cognitieve functies apart van elkaar bekijkt, dan is het gunstige effect selectief. Het geldt voor bepaalde functies, en bij andere kon dit niet worden aangetoond.

    Het werkgeheugen is één van de cognitieve functies die aantoonbaar profijt heeft van lichaamsbeweging. Het werkgeheugen is de tijdelijke opslagplaats van informatie in de hersenen en belangrijk bij actieve denkprocessen. Zoals herinneringen naar boven halen, nieuwe informatie vasthouden of sommen maken. Het werkgeheugen gaat al in een vroeg stadium van dementie achteruit. Het is goed mogelijk dat een oefeninterventie juist daarom op deze functie een aantoonbaar effect heeft.

    In de meeste van de onderzochte studies werd er niet zozeer een verbetering aangetoond in de interventiegroepen, maar een significante cognitieve achteruitgang in de controlegroepen. Lichaamsbeweging is dus eerder effectief in het verminderen van de cognitieve achteruitgang dan in het verbeteren van de cognitieve functies.

    De auteurs vonden ook een effect van lichaamsbeweging op gedragsproblemen zoals apathie en agressie. Als verklaring hiervoor schrijven ze dat de gedragsproblemen mogelijk samenhangen met defecten in bepaalde hersengebieden en neurotransmittersystemen. Lichaamsbeweging kan in de hersenen een gunstige werking hebben op de celdeling, ontwikkeling en overleving en op bepaalde neurotransmitters zoals noradrenaline en serotonine. Zo wordt de plasticiteit van het brein en het evenwicht in het neurotransmittersysteem gefaciliteerd. Waardoor gedragsproblemen verminderen.

    Lees verder:  Het effect van een goede fysiotherapeutische samenwerkingsrelatie

    Conclusie

    Lichaamsbeweging vermindert de achteruitgang van het algemeen cognitief functioneren en de gedragsproblemen bij mensen met milde cognitieve stoornissen of dementie. De voordelen op het gebied van het cognitief functioneren zijn vooral te danken aan de effecten op het werkgeheugen. Aerobe oefeningen met minstens een matige intensiteit zijn het meest effectief en de totale trainingsduur moet in ieder geval langer dan vierentwintig uur zijn. Wat de effecten op de langere termijn zijn, dus wat er gebeurt na afloop van de interventieperiode, is niet zeker.

    Bron:

    Law, C.-K., Lam, F. M., Chung, R. C., & Pang, M. Y. (2020). Physical exercise attenuates cognitive decline and reduces behavioural problems in people with mild cognitive impairment and dementia: a systematic review. Journal of Physiotherapy, 66(1), 9–18. https://doi.org/10.1016/j.jphys.2019.11.014

    Fotocredit: LightField Studios/ Shutterstock

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Shanty Sterke

    Shanty Sterke

    Fysiotherapeut/ bewegingswetenschapper/wetenschapsjournalist. Referent/samenvatter met specialisatie ouderen.

    Posts navigation

    ← Emoties zijn af te lezen aan manier van bewegen
    Kinovea software ziet verschillen tussen (niet-) geblesseerde lopers →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen