Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Een verkorte pectoralis minor heeft ongunstig effect op scapula positie

    Een verkorte pectoralis minor heeft ongunstig effect op scapula positie

    26/04/2013 | Peter Van Burken

    Een verkorte pectoralis minor beperkt scapulaire posterior tipping en vergroot interne rotatie bij elevatie. Dit verkleint de subacromiale ruimte en kan impingementrisico verhogen. Belangrijk voor wie veel bovenhands werk of werpsporten doet.

    Elke mechanisme dat de subacromiale ruimte verkleint verhoogt de kans op impingement van de rotator cuff. Normaal gesproken beweegt de scapula bij elevatie van de humerus in opwaartse rotatie en kantelt hij iets naar achteren (posterior tipping). De pectoralis minor wordt door deze beweging in verlengde positie gebracht. Een verkorte pectoralis minor kan deze scapulothoracale beweging ongunstig beperken. De onderzoekers willen dat in deze studie aantonen.

    Methode

    De auteurs bedachten daarom eerst een goede methode om de lengte van de pectoralis minor te meten: op 11 kadavers markeerden zij de caudale hoek van de vierde rib en het inferiormediale aspect van de processus coracoideus. De lengte tussen deze gepalpeerde markatiepunten bleek uitstekend te correleren met de feitelijke lengte gevonden bij dissectie.

    Daarna starten ze het onderzoek naar het bewegingsgedrag van de scapula bij een groep proefpersonen zonder schouderpathologie. De bewegingsuitslagen van de scapula zijn elektromagnetisch gemeten via sensoren op de huid. Één sensor is op het platte gedeelte van het acromion geplaatst, één juist distaal van de incisura jugularis sterni, en één op de bovenarm (humerus). De beide pectoralis minor markatiepunten zijn gedigitaliseerd en wiskundig getransformeerd tot hun relatieve positie ten opzichte van lokale sensoren. De rustlengte is gemeten en omgezet in een gestandaardiseerde pectoralis minor index (PMI) door de rustlengte te delen door de lengte van de proefpersoon en dit te vermenigvuldigen met 100. De onderzoekers hebben de proefpersonen in twee groepen gedeeld: 25 personen met een bovengemiddeld lange pectoralis minor en 25 personen met een relatief korte pectoralis minor.

    De twee groepen proefpersonen eleveren daarna de humerus een aantal maal in drie vlakken: het sagittale vlak, het scapulaire vlak en het coronaire vlak. Het bewegingsverloop wordt daarbij elektronisch gemeten.

    Resultaten

    Bij elevatie in alle drie de vlakken ziet men een verschil optreden in scapulabeweging tussen de groep met een lange en met een korte pectoralis minor. De ‘lange’ groep toont meer posterior tipping (kantelen van de bovenkant van de scapula over een mediolaterale as), bij 90 graden en 120 graden dan de ‘korte’ groep. De groep met een korte pectoralis minor heeft meer interne rotatie dan de groep met de lange pectoralis minor. Samenvattend toont de korte groep minder kanteling en meer interne rotatie van de scapula dan de lange groep. Beide beperkingen zijn ongunstig voor de subacromiale ruimte.

    Discussie

    In de discussie stellen de auteurs dat ook de korte groep in deze studie geen schouderklachten heeft (daar waren ze immers op geselecteerd). Het is een groep proefpersonen met relatief weinig fysieke belasting. Dat kan betekenen dat preventie van schouder impingement vooral gericht moet zijn op personen met een verkorte pectoralis minor die relatief zware en repeterende werkzaamheden boven het hoofd verrichten. Ook werpers en andere sporters vallen hieronder.

    Bron:

    Borstad JD, Ludewig PM. The effect of long versus short pectoralis minor resting length on scapular kinematics in healthy individuals. J Orthop Sports Phys Ther 2005; 35 (4): 227-38 doi: 10.2519/jospt.2005.35.4.227

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← Open of gesloten kinetische keten trainen bij voorste kruisband laesie?
    De combinatie van Kim test en Jerk test detecteert posteroinferiore labrum laesies →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen