Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Een vragenlijst die niet alleen de pijnvermijder maar ook de disfunctionele doorzetter identificeert

    Een vragenlijst die niet alleen de pijnvermijder maar ook de disfunctionele doorzetter identificeert

    06/07/2012 | Peter Van Burken

    Catastroferen en vermijden leiden bekend tot deconditionering. Minder bekend is dat overmatig volhouden (endurance) ook chronische pijn kan bevorderen. Dit artikel vergelijkt vier responsprofielen uit het Avoidance‑Endurance Model en toetst hun verband met pijn, beperkingen en depressie bij subacute lage rugpijn.

    Het is voldoende bekend dat catastrofale interpretaties over pijn tot vermijden van bewegen kan leiden, en zo tot fysieke deconditionering, beperkingen, en depressie (fear-avoidance model). Minder bekend is het onderzoek naar het overmatig volhouden van bewegen. Monica Hasenbring beschrijft in haar avoidance-endurance model (AEM) beide responspatronen, waardoor er een meer genuanceerd beeld ontstaat van disfunctioneel pijngedrag. Ze onderscheidt in totaal drie disfunctionele respons patronen en één adaptief responspatroon. Het eerste responspatroon is het bekende fear-avoidance respons patroon. Door catastroferen ontstaat vrees voor pijn, vermijdingsgedrag, te weinig bewegen, en fysieke deconditionering. In het tweede respons patroon probeert de patiënt niet aan de pijn te denken. Gedachten aan pijn worden onderdrukt om te voorkomen dat de pijn de dagelijkse activiteiten verstoort. Men zoekt ongeorganiseerd afleiding wat niet lukt en zo tot emotionele stress en depressieve stemming leidt. De patiënt zet door, gaat over zijn grenzen, waardoor de musculaire hyperactiviteit ontstaat en zo chronische pijn. Het derde disfunctionele responspatroon betreft patiënten die zich wel adequaat weten af te leiden en een positieve stemming weten te behouden. Ook zij neigen over hun grenzen te gaan door overmatig te bewegen. Het vierde responspatroon is een functioneel patroon. Hierbij wordt een gezonde balans gehouden tussen vermijden en volhouden van bewegen. Dit flexibele patroon leidt uiteindelijk tot pijnvermindering. In de figuur van Hasenbring (2001) hieronder staan de vier responspatronen weergegeven.
    6_10_1_HasenbringerHasenbring ontwikkelde ook een vragenlijst die de verschillende aspecten van het AEM model in kaart brengt. Het betreft de Avoidance Endurance Questionnaire (AEQ). Deze handige vragenlijst is ondertussen ook in het Nederlands vertaald. Op de website van de universiteit waar Hasenbring werkt is deze te downloaden: http://aeq.medpsych.ruhr-uni-bochum.de

    In dit artikel bespreken de auteurs hun onderzoek naar de validiteit van de vier subgroepen in een groep patiënten met subacute aspecifieke lage rugpijn in de eerste lijn.

    Methode

    Aan dit onderzoek deden 174 volwassenen mee met minder dan 12 weken lage rugpijn. 81,9% van de deelnemers waren ook op zes maanden follow-up beschikbaar.

    Metingen

    • Depressie: Beck Depresion Inventory (BDI)
    • Pijn gerelateerde cognities: Avoidance Endurance Questionnaire (AEQ) subschalen:
      • Catastrophizing Thoughts Scale (CTS).
      • Help-Hopelessness Scale (HHS).
      • Thought Suppression Scale (TSS).
    • Pijn gerelateerde affectieve responsen: Avoidance Endurance Questionnaire (AEQ) subschalen:
      • Anxiety/Depression Scale (ADS).
      • Positive Mood Scale (PMS).
    • Pijn gerelateerde gedragsmatige responsen: Avoidance Endurance Questionnaire (AEQ) subschalen:
      • Avoidance of Physical Activities Scale (APAS).
      • Avoidance of Social Activities Scale (ASAS).
      • Pain Persistence Scale (PPS).
      • Humor/Distraction Scale (HDS).
        • Behavioral Endurance Scale (BES) = HDS+PPS scores.

    Uitkomstmaten

    • Beperkingen: Pain Disability Index (PDI).
    • Pijn intensiteit: VAS.

    Het classificeren van subgroepen van pijnresponsen in het kader van het AEM model is als volgt:

    Respons patroon Criterium
    Fear-avoidance response (FAR) BDI groter dan of gelijk aan 9 in combinatie met zowel de TSS als de BES < 3.
    Distress-endurance response (DER) BDI groter dan of gelijk aan 9 in combinatie met de TSS en/of de BES groter dan of gelijk aan 3.
    Eustress-endurance response (EER) BDI < 9 en BES > 3.
    Adaptive respons (AR) BDI < 9 in combinatie met zowel de TSS en de BES = 3.

    Resultaten

    In de onderstaande tabel staat het percentage patiënten ten aanzien van de verschillende responspatronen. De fear avoidance komt het minst voor en de adaptieve het meest. Het mooie van de vragenlijst is dat ze ook de ‘doorzetters’ identificeert. Ongeveer 1/3 van de subacute rugpatiënten vallen in één van de twee endurance groepen.

    Respons patroon Percentage patiënten (N=174)
    Fear-avoidance response (FAR) 9.6%
    Distress-endurance response (DER) 19,2%
    Eustress-endurance response (EER) 16,4%
    Adaptive respons (AR) 54,8%

    Uitkomst op pijn en beperkingen
    Op 6 maanden follow-up hadden de patiënten met een adaptief responspatroon significant minder pijn dan de patiënten in de andere drie groepen. Wat betreft beperkingen scoorde distress-endurance groep (DER) en de fear-avoidance groep (FAR) hoger op follow-up.

    Opmerkingen samenvatter

    Het AEM model is voor de fysiotherapeut een welkome aanvulling op het fear-avoidance model. De vragenlijst die erbij ontwikkeld is brengt de groep van disfunctionele doorzetters qua bewegen ook aan het licht. Dit is relevant omdat met name het distress-endurance respons patroon gecorreleerd is met een slechtere uitkomst op pijn en beperkingen 6 maanden later. Qua therapie betekent dat nu dat de fysiotherapeut op maat kan begeleiden.

    Bron:

    . Hasenbring, M. I., Hallner, D., Klasen, B., Streitlein-Bohme, I., Willburger, R., & Rusche, H. (2012). Pain-related avoidance versus endurance in primary care patients with subacute back pain: psychological characteristics and outcome at a 6-month follow-up. Pain, 153(1), 211-217. doi: 10.1016/j.pain.2011.10.019

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← Vertekeningen in lichaamsrepresentatie bij chronische pijn tast het waarnemen van bewegen van anderen aan
    Motivatie techniek: positieve feedback verterkt het effect van mentaal contrasteren op performance →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen