Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Verminderde coördinatie bij zwakke heupmusculatuur

    Verminderde coördinatie bij zwakke heupmusculatuur

    22/02/2015 | Marjolein Streur
    Vrouw die hinkelt op een gekalkt speelterrein, wat de heupmusculatuur en balans tijdens de standfase benadrukt
    Zwakke heupspieren verstoren subtiele coördinatie tijdens lopen en hinkelen, met mogelijke gevolgen voor klachten.

    Zwakke heupspieren veranderen niet zozeer gewrichtsbewegingen, maar de coördinatie tussen heup, knie, bekken en romp. Dit gaat samen met vergrote rompbewegingen tijdens hinkelen. Zulke coördinatieverstoringen kunnen bijdragen aan het ontstaan van musculoskeletale klachten.

    Gedurende de standfase tijdens verschillende activiteiten speelt de heupmusculatuur een complexe rol in het controleren van de onderste extremiteiten, bekken en romp. Het is nog onbekend of de veranderde bewegingen van deze betrokken lichaamsdelen als gevolg van zwakte van de heupspieren kan leiden tot musculoskeletale klachten. Analyse van de timing en coördinatie van bewegen tussen gewrichten is van belang om subtiele veranderingen hierin te ontdekken, die wellicht een rol spelen bij het ontstaan van musculoskeletale klachten. Het doel van deze studie was om kinematica bij gezonde vrouwen met zwakke en sterke heupmusculatuur in kaart te brengen, tijdens de standfase van het lopen en het hinkelen op één been.

    Methode

    Participanten mochten geen geschiedenis hebben met klachten of operaties aan de onderste extremiteiten, bekken of rug, en geen andere aandoening die de fysieke activiteit zou kunnen beïnvloeden. Isometrische heup abductie en – extensie kracht werd bilateraal gemeten met behulp van een dynamometer. Er werden 150 vrouwen getest om een referentiegroep te vormen, waarna er 22 geselecteerd werden die of in de zwakke of in de sterke groep vielen. Markers werden geplaatst op de romp, bekken en onderste extremiteiten om de bewegingen te kunnen analyseren. Kinematische data werden verzameld door middel van een 10-camera 3D systeem (Qualisys AB).
    Eerst liepen de deelnemers op een zelfgekozen snelheid over een vastgesteld traject. Vervolgens moesten de deelnemers hinkelen op een platform met hun dominante been. De snelheid lag iets lager dan de zelfgekozen snelheid en vroeg hierdoor meer kracht, met name rond het kniegewricht.

    Resultaten

    Bij baseline waren er geen significante verschillen tussen de groepen, behalve in spierkracht rondom de heup. Heup abductie en –extensie kracht was significant groter in de sterke groep dan in de zwakke groep aan zowel de dominante als de niet-dominante zijde. Uiteindelijk werd de data van 19 mensen geanalyseerd.
    Er was geen significant verschil tussen de zelfgekozen loopsnelheden in beide groepen. De zwakke groep liet significant meer rompbeweging en lateroflexie van de romp zien tijden het hinkelen dan de sterke groep. Tijdens het lopen was de coördinatie tussen de heup en knie in het transversale vlak in de zwakke groep minder in fase dan in de sterke groep. De primaire heupbeweging was groter in de sterke groep dan in de zwakke. De zwakke groep had significant meer antifase coördinatie tussen heup en knie in het transversale vlak tijdens het hinkelen dan de sterke groep. De zwakke groep had minder in-fase coördinatie van bekken en romp tijdens het hinkelen dan de sterke groep.

    Opmerkingen samenvatter

    De verschillen tussen de groepen vrouwen met zwakke en sterke heupmusculatuur was niet zozeer terug te zien in de kinematica van een of meerdere gewrichten, maar was vooral terug te zien in de coördinatie tussen heup/knie en bekken/romp. Ook was er in de zwakke groep meer primaire heupbeweging tijdens de standfase van het lopen. De auteurs suggereren dat de verminderde coördinatie in de zwakke groep sneller zou kunnen leiden tot met name patellofemorale klachten. De vergrote rompbewegingen in het frontale vlak zouden het effect van de zwakke heupmusculatuur tijdens hinkelen kunnen compenseren. Deze compensatoire bewegingen en verminderde coördinatie zouden kunnen bijdragen aan musculoskeletale klachten.

    Bron:

    Smith, J.A., Popovich Jr, J.M., Kulig, K. (2014). The influence of hip strength on lower-limb, pelvis, and trunk kinematics and coordination patterns during walking and hopping in healthy women. J Orthop Sports Phys Ther. Jul;44(7):525-31. doi: 10.2519/jospt.2014.5028

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    [cboxarea id="cbox-mGd1up104o5z8UP8"]
    Marjolein Streur

    Marjolein Streur

    Fysiotherapeut/fysiotherapiewetenschapper. Referent/samenvatter. Speerpunt leefstijlcoaching en psychologie. Volgde de universitaire focusopleiding ‘klinische en gezondheidspsychologie’.

    Posts navigation

    ← Fysiotherapeutisch relevante relatie tussen slaap en sportief bewegen
    Spinale mobilisaties normaliseren wellicht cerebellaire activiteit →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen