Er zijn verschillende modellen die de kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van chronische pijn verklaren. Bekende modellen zijn het fear-avoidance-model, de biopsychosociale benadering van pijn en het attachment-diathesis-model. Het laatste model handelt over de relatie tussen onveilige hechting en chronische pijn.
Onveilige hechting
Hechtingsstijl beschrijft het innerlijke model dat iemand (vroeg) in zijn leven ontwikkelt over de relatie tot zichzelf en tot anderen. Het kunnen vertrouwen op zichzelf en het zich veilig voelen bij zichzelf en anderen wordt in het bijzonder relevant op momenten waarop er dreiging aanwezig is. Deze relationele percepties over onszelf en anderen werken door in de percepties over pijn, in de vorm van emoties, copingstrategieën en het zoeken naar sociale steun. In die zin kan onveilige hechting de pijnbeleving versterken en bijdragen aan de ontwikkeling van chronische pijn.
Het is niet vreemd dat een onveilige hechting tot de ontwikkeling van chronische pijn kan leiden, omdat er veel overlap is tussen beide toestanden. Ze worden beide gekenmerkt door een verhoogde aanwezigheid van depressie en angst, traumatische levenservaringen, verhoogde ontstekingswaarden en verstoorde slaap. Daar komt bij dat mensen met onveilige hechting vaak hoog scoren op pijncatastroferen, fear avoidance en hypervigilantie, en laag op self-efficacy. Belangrijk is ook de neuronale overlap tussen fysieke pijn en sociale pijn.
Naast veilige hechting, waarbij men een algemeen beeld van relationeel vertrouwen heeft ontwikkeld ten aanzien van zichzelf en anderen, zijn er drie onveilige hechtingsstijlen: preoccupied attachment, dismissing attachment en fearful attachment. In het kort zijn deze drie onveilige hechtingsstijlen als volgt te typeren:
- preoccupied attachment: weinig vertrouwen in zichzelf en juist sterk leunend op de ander.
- dismissing attachment: weinig vertrouwen in de ander en het vooral alleen doen.
- fearful attachment: weinig vertrouwen in zichzelf én in anderen. Dit is de meest disfunctionele hechtingsstijl.
Zie ook het artikel hechting en psychosomatiek.
Er zijn al studies die aantonen dat onveilige hechting gecorreleerd is met chronische pijn. Er zijn echter nog geen studies die dit onderzochten in een algemene ‘gezonde’ populatie.
De auteurs (Stamp e.a., 2025) van het artikel dat we hier bespreken deden een uitgebreid vragenlijstonderzoek naar de relatie tussen hechtingsstijl en de aanwezigheid van chronische pijn. Zij wilden weten of onveilige hechting vaker voorkomt in relatie tot chronische pijn. Bovendien onderzochten zij of de aanwezigheid van onveilige hechting gecorreleerd was met sterkere pijn, meer pijnlocaties en meer beperkingen.
Methode
De onderzoekers benaderden via sociale media en e-mail een volwassen populatie in Afrika (voornamelijk studenten) om deel te nemen aan een online vragenlijstonderzoek. In dit onderzoek werden de volgende vragenlijsten afgenomen:
- Hechtingsstijl: Experience in Close Relationships – Relationship Structures (ECR-RS).
- Depressie, angst en stress: Depression, Anxiety and Stress Scale 21 (DASS-21).
- Pijncatastroferen: Pain Catastrophizing Scale (PCS).
- Pijn: Brief Pain Inventory – Short Form (BPI-sf).
Resultaten
Van de 3356 gestarte vragenlijsten werden er uiteindelijk 2371 volledig afgerond en in de analyse opgenomen. De populatie was te typeren als jongvolwassen vrouwen, goed geschoold en met een gemiddeld tot hoog inkomen.
De prevalentie van chronische pijn was 27% (wat opmerkelijk hoog was). De relatie tussen hechtingsstijl en pijn kon bij 427 deelnemers worden geanalyseerd.
Alle drie de onveilige hechtingsstijlen hadden een verhoogde prevalentie van chronische pijn ten opzichte van deelnemers met een veilige hechtingsstijl. Bij de fearful onveilige hechtingsstijl was de prevalentie van chronische pijn meer dan verdubbeld.
Kijkend naar de details blijkt dat fearful attachment gepaard ging met sterkere pijn. Alle drie de onveilige hechtingsstijlen ervoeren meer beperkingen door de pijn in vergelijking met veilige hechting. Daarnaast hadden deelnemers met preoccupied en fearful onveilige hechting meer pijnlocaties dan veilig gehechte deelnemers.
Opmerkingen samenvatter
In een eerdere samenvatting hebben we uitgebreid de relatie tussen onveilige hechtingsstijl en fysieke gezondheid besproken, evenals de mediërende processen daartussen. Daarnaast is er een samenvatting die de invloed laat zien van de verschillende vormen van onveilige hechting op coping en gedrag rond chronische aandoeningen. Het huidige onderzoek laat specifiek zien dat er — zij het crosssectioneel — een relatie is tussen onveilige hechting en de aanwezigheid van chronische pijn. Bij de meest disfunctionele onveilige hechtingsstijl (fearful attachment) is de aanwezigheid van chronische pijn zelfs verdubbeld ten opzichte van veilig gehechte deelnemers.
Belangrijk om te realiseren is dat er chronische pijnpatiënten zijn bij wie deze thematiek niet speelt. Tegelijkertijd zal er binnen de fysiotherapie bij een subgroep van chronische pijnpatiënten wél sprake zijn van onveilige hechting. Dat is fysiotherapeutisch relevant, omdat relationele veiligheid in het contact extra belangrijk is, terwijl het contact met onveilig gehechte patiënten juist vaker als moeizaam te typeren is.
In het kort kun je zeggen dat preoccupied onveilig gehechte patiënten, met weinig vertrouwen in zichzelf, sterk zullen leunen op de fysiotherapeut en zich relatief onzelfstandig en afhankelijk zullen gedragen.
De dismissing onveilig gehechte patiënt heeft weinig vertrouwen in andere mensen en zal zich juist overmatig zelfstandig tonen en hulp moeilijk kunnen toelaten.
De fearful onveilig gehechte patiënt laat een conflicterend patroon zien: enerzijds behoeftig in contact en hulp, en tegelijkertijd geneigd dit af te stoten. De fearful onveilige hechtingsstijl is de meest disfunctionele hechtingsstijl en ontstaat doorgaans door fysieke of psychologische mishandeling of misbruik in de vroege jeugd.