Exercise-induced hypoalgesia is het verschijnsel dat tijdens fysieke inspanning de sensitiviteit voor nociceptieve stimuli vermindert. Dit is de afgelopen 30 jaar robuust aangetoond voor aerobe fysieke activiteiten, dynamische krachttraining en isometrische krachttraining. De pijndemping ontstaat vooral tijdens de fysieke activiteit en houdt ook nog een korte periode na het sporten aan.
Fysieke training is een interessante niet-farmacologische methode om in te zetten bij pijn, omdat het niet alleen effect heeft op pijn, maar ook op het cognitief functioneren en de stemming, en de emotieregulatie verbetert. Dit zijn twee bijkomende voordelen die bij aanhoudende pijn zeer relevant zijn.
Dansbewegingstherapie (dance movement therapy) combineert aerobe oefeningen, ritmische stimulatie en cognitieve oefeningen. Het heeft effect op de somatische, cognitieve, emotionele, gedragsmatige en sociale integratie. Psychosomatische fysiotherapeuten herkennen hierin het acroniem SCEGSS. Dat maakt dansant bewegen binnen de fysiotherapie tot een volwaardige biopsychosociale interventie.
De auteurs (Wu et al., 2024) van het onderzoek dat we hier samenvatten, wilden weten of een enkele sessie van dansant bewegen effect heeft op de pijnsensitiviteit, het cognitief vermogen en emoties.
Methode
Aan het onderzoek deden 97 gezonde proefpersonen mee, met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar, geworven aan een universiteit.
De deelnemers werden willekeurig verdeeld over een enkelpersoon-dansinterventie, een dubbelpersoon-dansinterventie of een controleconditie. Beide dansinterventies bestonden uit 30 minuten aerobe dansante beweging op een intensiteit van 60–80% van de maximale hartfrequentie. In de enkelpersoon-dansinterventie danste men individueel; in de dubbelpersoon-dansinterventie danste men in tweetallen (sociaal element). De controleconditie zat in diezelfde periode stil.
Voorafgaand aan de interventies werden drukpijnmetingen verricht op 10 lichaamslocaties en vond een eenvoudige meting plaats met een stemmings- en een arousalschaal. Deze metingen werden na de interventie herhaald en vervolgens nogmaals na een uur rust. Daarmee zijn de metingen rond pijn en emoties afgedekt. Het cognitieve functioneren werd vooraf en na de interventie gemeten aan de hand van prestaties op de Color-Word Stroop Task (CWST). Tijdens deze cognitieve test werd bij de deelnemers een functional near-infrared spectroscopy (fNIRS)-meting gedaan om een indruk te krijgen van de locatie van hersenactiviteit.
Resultaten
Voor aanvang van de interventies waren de drie groepen goed met elkaar vergelijkbaar. De drukpijndrempel nam significant toe in beide dansgroepen ten opzichte van de controleconditie en was een uur na de interventie nog steeds verhoogd. Ook de stemming en de mate van arousal (wakkerheid) verbeterden significant in de dansgroepen ten opzichte van de controleconditie. In het cognitief functioneren was er geen duidelijk verschil ten opzichte van de controleconditie.
Uit de functional near-infrared spectroscopy (fNIRS)-meting bleek dat de dansinterventie leidde tot een significant verhoogde activatie in de dorsolaterale prefrontale cortex (dlPFC), beiderzijds, en tot verhoogde hersenactivatie in de linker ventrolaterale prefrontale cortex (vlPFC). Met name de activatie in de dorsolaterale prefrontale cortex medieerde het effect van de verhoging van de drukpijndrempel.
Opmerking samenvatter
Er zijn al onderzoeken die aantonen dat dansant bewegen binnen een revalidatiecontext een zinvolle interventie is. Dat geldt bijvoorbeeld voor het bewegen van patiënten met Parkinson en heeft ook gunstige effecten voor patiënten met COPD. Belangrijk is dat er ook positieve effecten zijn van dans bij patiënten met aanhoudende pijn. Dit onderzoek geeft daar mogelijk een verklaring voor: namelijk dat een enkele sessie van dansant bewegen exercise-induced hypoalgesia blijkt te genereren.
Kritische noot. Daarmee is niet gezegd dat de gunstige effecten van dansante interventies op aanhoudende pijn veroorzaakt worden door de exercise-induced hypoalgesia die tijdens de behandelsessies optreedt. Hoewel er duurzame effecten zijn van fysieke training op pijnsensitiviteit en/of pijndrempel, is nog onduidelijk of deze worden veroorzaakt door onderliggende exercise-induced hypoalgesia-processen. Een belangrijk ander punt is dat exercise-induced hypoalgesia bij patiënten met chronische pijn vaak niet optreedt. Hoopgevend is dat er voorzichtig bewijs is dat exercise-induced hypoalgesia ook bij patiënten met aanhoudende pijn trainbaar is.
In Nederland zijn er inmiddels ongeveer 300 fysiotherapeuten die met veel plezier en succes dansante fysiotherapie aanbieden aan hun patiënten. Soms in een 1-op-1-setting, soms in kleine groepjes. Deze fysiotherapeuten hebben een gedegen cursus in dansante fysiotherapie gevolgd.