Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Betrouwbare tests voor scapula positie maar met onduidelijke klinische relevantie

    Betrouwbare tests voor scapula positie maar met onduidelijke klinische relevantie

    26/04/2013 | Peter Van Burken

    Drie eenvoudige tests voor scapulapositie blijken betrouwbaar te meten, maar hun verband met klachten blijft onduidelijk. Geen significante verschillen tussen aangedane en niet-aangedane zijde. Meer onderzoek nodig naar klinische relevantie en vergelijking met gezonde controles.

    Inadequate positionering van de scapula, bijvoorbeeld door slechte aansturing of hypertoon verkorte spieren, wordt geassocieerd met het ontstaan van het impingement syndroom. Er is behoefte aan eenvoudige, betrouwbare en valide instrumenten om de scapula positie bij patiënten te bepalen. De auteurs onderzoeken daarom de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en klinische relevantie van drie tests: twee testen van Host (1995) en de Lateral Scapular Slide Test (LSST) van Kibler (1998).

    Methode

    Aan het onderzoek doen 29 patiënten met diverse schouderklachten (zonder operatie) bij de fysiotherapeut mee. De gemiddelde leeftijd is 57 jaar. Bij deze patiënten is een aantal schouderklachten vragenlijsten en scapulapositietesten afgenomen:

    Schouderklachten vragenlijsten:

    • Schoulder Disability Questionair (SDQ) (gemiddelde score 58%)
    • VAS voor pijnintensiteit

    Scapula positie testen:

    • In ruglig meet men de afstand vanaf de achterrand van het acromion tot de tafel (dit in rust en bij actieve retractie van beide schouders).
    • In staande positie meet men de afstand van de mediale scapularand en vierde thoracale processus spinosus (in rust en bij actieve retractie).
    • LSST. De patiënt kijkt naar een vast punt ter fixatie van de houding. Men meet in elk van de drie posities beiderzijds. Men bepaalt telkens de afstand van de angulus inferior scapula tot de dichtstbijzijnde processus spinosus. Testpositie 1 is als volgt: met de armen langs het lichaam. Testpositie 2: de handen in de zij met de duimen naar achter, dit geeft ongeveer 45graden mediorotatie van de scapula. Testpositie 3: beide armen gestrekt tot 90graden abductie heffen in het frontale vlak met endorotatie glenohumeraal (duimen naar beneden).

    Na de eerste onderzoeker zijn de scapulapositietesten herhaald door een tweede onderzoeker.

    Resultaat

    De interbeoordelaars betrouwbaarheid is redelijk voor alle tests: als de twee uitschieters naar beneden (0.50 en 0.70) weggelaten worden vinden de onderzoekers de volgende waarden:

    • Posterior acromion: 0.88 en 0.94,
    • Mediale scapularand: 0.70-0.80
    • LSST: 82-96.

    Interne consistentie voor alle test zijn hoog voor beide onderzoekers Cronbach’s alfa 0.88, dat veronderstelt een gezamenlijk onderliggend construct (mogelijk dus de scapula positie). Klinische relevantie is niet aangetoond in dit onderzoek. Onderzoeker 1 vindt bij 4 van de 7 tests een hogere score op de testpositie bij de aangedane schouder, onderzoeker 2 vindt dat in 6 van de 7 tests. De verschillen in schouderposities tussen de aangedane en niet-aangedane zijde zijn niet statistisch significant (P>0,05). Er blijkt geen overtuigende relatie tussen de uitkomsten op de drie groepen van scapula positie testen enerzijds en zelfrapportage van schouderklachten (SDQ en VAS). De Pearson correlaties zijn zeer klein (< .25) en nooit statistisch significant (P<.05).

    De auteurs merken op dat schouderpatiënten mogelijk aan beide zijde een minder goede scapulapositie hebben, verder onderzoek naar de klinische relevantie is daarom nodig waarbij men schouderpatiënten met gezonden vergelijkt op deze testen.

    Bron:

    Nijs J, Roussel N, Vermeulen K, Souvereyns G. Scapular positioning in patients with shoulder pain: a study examining the reliability and clinical importance of 3 clinical tests. Arch Phys Med Rehabil 2005; 86(7):1349-1355 doi: 10.1016/j.apmr.2005.03.021

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← Preventieprogramma geeft forse reductie in voorste kruisbandletsels bij jeugdvoetbalsters
    Gemodificeerde Schobert test betrouwbaar maar matig valide bij lage rugpijn →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen