Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Patiënten met chronische vermoeidheidsyndroom functioneren beter na cognitief-gedragsmatige fysiotherapie

    Patiënten met chronische vermoeidheidsyndroom functioneren beter na cognitief-gedragsmatige fysiotherapie

    26/10/2014 | Peter Van Burken | chronisch vermoeidheidssyndroom, vermoeidheid

    Nieuw onderzoek toont dat een multidisciplinaire, cognitief-gedragsmatige fysiotherapie met graded activity het functioneren van CFS-patiënten sterk verbetert. Resultaten blijven grotendeels aanwezig na zes maanden. Relatietraining en standaardzorg scoorden beduidend slechter.

    De impact van het chronische vermoeidheidssyndroom moet men niet onderschatten. De extreme vermoeidheid veroorzaakt ernstige beperkingen in persoonlijke, beroepsmatige en sociale activiteiten en is een bron van constante frustratie en geeft gevoelens van hopeloosheid. Hoewel er nog veel onduidelijkheid is omtrent de oorzaak en de pathofysiologie blijkt uit een review dat een cognitief-gedragsmatige aanpak in combinatie met graded activity bij 2/3 van de deelnemers een positief effect heeft. Relaxatietraining daarentegen bij 1/3 van de deelnemers. Het onderzoek van de huidige auteurs wil deze bevinding onderbouwen.

    Methode

    De patiënten met het chronische vermoeidheidsyndroom werden random toegewezen aan een groep die multiconvergente therapie kreeg (n=12) of aan een groep die relaxatie training kreeg (n=14). Onafhankelijk van deze twee behandelgroepen werd een groep samengesteld die alleen standaard medische zorg kreeg (n=9).
    De primaire uitkomstmaat was de score op de Karnofsky performance scale. Dit is een schaal die het functioneren uitzet op een schaal van 0-100%. De inschatting van het functioneren werd zowel door de arts als door de patiënt gemaakt. Succesvolle therapie werd gedefinieerd als de Karnofsky score bij nameting of bij zes maanden follow-up 80% of hoger was of als er een verbetering van 10% of meer was opgetreden. Daarnaast werd met likertschalen de algemene vooruitgang en de vooruitgang in vermoeidheid en beperkingen gemeten, evenals de tevredenheid met therapie.
    Elke groep onderging ongeveer 10 behandelsessie van 1 uur. De wekelijkse behandelsessies werden 1 op 1 gegeven.

    Interventies

    De multiconvergente therapie bestond uit een mix van cognitief-gedragsmatige interventies, graded activity, en interventies gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de slaap en de stemming. Enkele ingrediënten waren:

    • Er werd aandacht geschonken aan gedachten en gedragingen die disfunctioneel waren.
    • Via de principes van graded activity werd wandelen geïntroduceerd en uitgebouwd. Dit wandelen vond om de dag plaats en met een inspanningsniveau die geen malaise gaf na de wandeling.
    • Mindfulness training werd geïntroduceerd om de patiënten te leren met de aandacht in het heden te blijven. Dit kan het lijden verminderen en piekeren onderbreken.
    • Hartslag monitors werden gebruikt als gedragsmatig sturingsinstrument tijdens de sessie om een ‘doordouwen en afbreken’ patroon te voorkomen, maar ook om het effect van relaxatie duidelijk te maken.
    Lees verder:  Een rugzak en buiksteun (Back Balancer) vermindert het naar voren leunen en de vermoeidheid bij schoolkinderen

    De relaxatie procedure die gebruikt werd was die van Ost (appleid relaxation) waarbij de deelnemer in 10 sessies aangeleerd werd zich snel te ontspannen.
    De multiconvergente therapie werd uitgevoerd door een fysiotherapeut binnen een fysiotherapeutische setting, de relaxatie training door een psycholoog.

    Resultaten

    De resultaten pleiten voor de multiconvergente therapie. Op alle bovenbeschreven maten deden de deelnemers het na de therapie significant beter dan de relaxatietraining of de controle groep (zie tabel). Deze verschillen waren ook na 6 maanden nog aanwezig, maar minder uitgesproken.

    Percentage deelnemers

    Multiconvergente therapie

    Percentage van de deelnemers

    relaxatietherapie

    Percentage van de controle groep
    Karnofsky 80% of hoger of meer dan 10% verbetering 83% 21% 0%
    Algemene verbetering 92% 64% 22%
    Minder vermoeidheid 83% 57% 11%
    Minder beperkingen 75% 43% 11%

     

    Opmerkingen samenvatter

    Omdat de multiconvergente therapie ontwikkeld en uitgevoerd werd door een fysiotherapeut binnen een fysiotherapeutische setting, is dit een bemoedigend resultaat voor fysiotherapeuten die zich verdiept hebben in psychosomatische fysiotherapie.

    Bron:

    Thomas, M. A., Sadlier, M.J., Smith, A.P. (2008). "A multiconvergent approach to the rehabilitation of patients with chronic fatique syndrome: a comparative study." Physiotherapy 94: 35-42. doi: 10.1016/j.physio.2007.04.013

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← Nieuwe multidisciplinaire richtlijn Carpaal Tunnel Syndroom
    Benadering van chronische lage rugpijn met centrale sensitisatie →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen