Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
    • JOUW CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search

    Welke aspecifieke lage rugklachten reageren goed op manipulatie?

    27/04/2013 | Peter Van Burken

    Kortdurende, niet-uitstralende lage rugpijn blijkt sterk te reageren op lumbale manipulatie. Patiënten met klachten korter dan 16 dagen en zonder uitstraling voorbij de knie hebben circa zeven keer meer kans op snelle halvering van pijn en beperking. Praktische selectiecriteria voor directe behandeling.

    Veel auteurs menen dat er subgroepen bestaan binnen de groep van aspecifieke rugklachten. Zo onderscheidt Flynn e.a. (2002) op basis van klinische presentatie een subgroep van patiënten die gunstig reageert op twee manipulaties laag lumbaal. Deze patiënten hebben minstens vier van de vijf onderstaande klinische verschijnselen:

    • De huidige episode van rugklachten is korter dan 16 dagen.
    • Er is geen uitstraling voorbij de knie.
    • Er wordt minder dan 19 punten gescoord op de subschaal-‘werk’ van de Fear-avoidance beliefs questionaire [FABQ]
    • Er is minstens één hypomobiel lumbaal segment.
    • Er is minstens één heup met meer dan 35 graden endorotatie mobiliteit

    Specifieke oorzaken en rode vlaggen zijn in het onderzoek van te voren uitgesloten: tumoren, compressiefracturen, infecties, wortelcompressie, zwangerschap of een eerdere operatie in rug of bilregio. Als een patiënt aan deze criteria voldoet dan is het voor 95% zeker dat deze patiënt op een aangepaste Oswestry vragenlijst minstens 50% reductie ervaart binnen één week. Een validatie onderzoek naar deze criteria door Childs e.a. (2004) bevestigt dat deze patiënten meer baat hebben bij manipulatie dan patiënten die niet voldoen aan de criteria, ook op de lange termijn (6 maanden).

    Bovendien hebben deze patiënten binnen Childs onderzoek aanzienlijk meer baat bij deze manipulatie dan bij oefentherapie. De manipulatie in deze twee studies was voor iedere patiënt hetzelfde.

    De patiënt ligt op zijn rug. De fysiotherapeut positioneert de romp van de patiënt in lateroflexie en in tegengestelde rotatie en geeft een ‘stoot’ op het bekken in posteriore en inferiore richting. Na een ‘plop’ wordt een lichte mobiliserende oefening opgegeven bestaande uit het in ruglig kantelen van het bekken, 3-4 per dag,10 maal. Als er geen ‘plop’ wordt gehoord volgt een tweede manipulatie.

    Er is maximaal twee maal per zijde gemanipuleerd. Het huidige onderzoek richt zich op de voorspellende waarde van de eerste twee criteria omdat voor huisartsen het gebruik van de FABQ en het fysieke onderzoek minder past in hun praktijksituatie. Daartoe zijn de data van 141 patiënten uit de twee bovengenoemde onderzoeken opnieuw geanalyseerd. Daarbij is gekeken hoe goed de twee criteria ten opzichte van de ‘vier van de vijf regel’ presteerde.

    Resultaat

    85% van de patiënten die voldoen aan beide criteria behalen nu minstens 50% reductie in klachten (Oswestry). Ze hebben een positieve likelihood ratio van 7,2, dus een ongeveer 7 maal grotere kans op herstel dan mensen die niet voldoen aan de twee criterium regel.

    Samenvattend zijn aspecifieke rugklachten die korter dan 16 dagen bestaan en niet voorbij de knie uistralen een goede indicatie voor manipulatie. Gezien het snelle succes is een afwachtend beleid bij deze patiënten niet te rechtvaardigen.

    Internet

    • Flynn e.a. (2002) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=pubmed&dopt=Abstract&list_uids=12486357&query_hl=2&itool=pubmed_docsum
    • Childs e.a (2004) http://www.annals.org/cgi/reprint/141/12/920.pdf Zie hier een foto van de manipulatie.

    Bron:

    Fritz JM, Childs JD, Flynn TW. Pragmatic application of a clinical prediction rule in primary care to identify patients with low back pain with a good prognosis following a brief spinal manipulation intervention. BMC Fam Pract 2005; 6(1):29 doi: 10.1186/1471-2296-6-29

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← Drie fysiotherapeutische sessies even effectief als veertien sessies na voorste kruisband reconstructie
    Sportletsels bij jongeren met de helft verminderd door goede warming-up →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen