Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Welke musculoskeletale disfuncties spelen bij de zwemmersschouder?

    Welke musculoskeletale disfuncties spelen bij de zwemmersschouder?

    30/06/2019 | Peter Van Burken | sporten, sportletsels
    Zwemmer in actie met gestrekte armen en krachtige bewegingen door het water, benadrukt schouderbelasting
    Zwemmersschouder ontrafeld: welke spieractivatie, mobiliteit en stabiliteit sturen jouw slag en klachten?

    Zwemmers ervaren vaak anterieure schouderpijn door repetitieve bewegingen en overbelasting van de rotator cuff. Compensatoire spieractivatie, beperkte ROM en verhoogde laxiteit komen veel voor. Deze review bespreekt welke musculoskeletale factoren relevant zijn voor onderzoek en behandeling.

    Bij het zwemmen is er een unieke combinatie van uithoudingsvermogen, kracht en motorische controle nodig tijdens een niet-gewichtsdragende beweging. Met name het schoudergewricht wordt tijdens de diverse zwemslagen blootgesteld aan repetitieve bewegingen. Dit kan leiden tot overbelasting van weke delen in de schoudergordel, waardoor pijnklachten in rust en tijdens Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL) kunnen ontstaan. Ongeveer 91% van de wedstrijdzwemmers ondervindt wel eens schouderklachten.

    De term ‘zwemmersschouder’ wordt gebruikt om een syndroom met anteriore schouderpijn aan te duiden. Dit wordt geprovoceerd door herhaalde inklemming van de rotator cuff onder de coracoacromiale boog. Dit is de boog die gevormd wordt door het coracoid, het acromion en het ligamentum coracoacromialis. Zwemmersschouder is echter een aanduiding waar niet uit af te leiden is welke structuur er bij betrokken is en welk ontstaansmechanisme eraan ten grondslag ligt. Over het pathomechanisme zijn een aantal suggesties gedaan die mogelijk kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de zwemmersschouder:

    • verminderd uithoudingsvermogen,
    • verminderde coördinatie of zwakte van de schoudermusculatuur,
    • verminderde scapulaire stabiliteit,
    • slechte houding,
    • verminderde rompstabiliteit en beperkte mobiliteit van de wervelkolom.

    Er is echter niet voldoende evidentie om te kunnen beschrijven wat de risicofactoren zijn voor het ontstaan van schouderklachten bij zwemmers. In deze review wordt beschreven welke musculoskeletale aspecten van belang zijn bij zwemmers met schouderklachten, om zo het onderzoek en de therapie zo optimaal mogelijk vorm te geven.

    Resultaat

    In alle studies die de auteurs na selectie overhielden is er een vergelijking gemaakt tussen symptomatische en asymptomatische schouders.

    Spieractivatie

    Bij symptomatische schouder wordt er een compensatoire spieractiviteit waargenomen, om toch een zo optimale zwemslag in te kunnen zetten. Deze strategieën variëren van subtiele veranderingen tot een complete vermijding van bepaalde bewegingen. Hierbij is het van belang om de spieractiviteit weer op te trainen. Bij zwemmers is er na een training een significante reductie in de kracht van de schoudermusculatuur. Een verminderde spieractiviteit is ook aanwezig bij zwemmers met een afwijkend scapulair beweegpatroon. Het blijft echter onduidelijk of deze aspecten oorzaak of gevolg zijn van de schouderklachten.

    Lees verder:  Welke voorkeuren hebben ouderen ten aanzien van sporten?

    Mobiliteitsbeperking

    Ten aanzien van beperkte mobiliteit van het schoudergewricht zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd. Bij bovenhandse atleten wordt een beperking van de endorotatie als oorzaak van schouderklachten beschreven, ook wel het Glenohumeral Internal Rotation Deficit (GIRD). Het verschil met zwemmen is echter dat zwemmen een symmetrische sport is en dat er geen grote snelheidsveranderingen zijn in de schouder tijdens een zwemslag. Een beperkte Range of Motion (ROM) bij zwemmers wordt eerder gezien bij de oudere atleet, dan dat er verschil is tussen de linker en rechter schouder. De invloed van humerale torsie is ook onderzocht, hier kon echter geen eenduidigheid over worden gegeven. Concluderend kan er worden gesteld dat er een verschil is in ROM tussen een symptomatische en asymptomatische schouder, men kan echter niet zeggen of dit risicofactoren zijn voor het ontstaan van de schouderklachten.

    Laxiteit

    Een toegenomen beweeglijkheid in de schouder in de vorm van laxiteit wordt vaak wel gezien bij symptomatische schouders. Laxiteit als teken op zich is echter niet symptomatisch, het mag pas laxiteit heten als het samen gaat met een gevoel van ‘angst voor luxatie’. Deze laxiteit kan leiden tot overbelasting van bepaalde structuren.

    Coördinatie

    Of scapulaire dyskinesie voorspellend is voor het ontstaan van schouderklachten, blijft discutabel. Er is veel onderzoek gedaan bij bovenhandse atleten, echter niet bij zwemmers. De studies die zijn gedaan geven ook geen duidelijkheid over dit onderwerp.

    Trainingsvolume

    Een hoog trainingsvolume kan een risicofactor voor het ontstaan van schouderklachten zijn, echter dit gaat vaak samen met inadequate zwemtechniek. De meest voorkomende fout die gemaakt wordt tijdens de borstcrawl, is een te lage elleboog tijdens de duwfase.

    Lees verder:  Voorspellen van ‘time to return to play’ na hamstringblessures

    Conclusie

    Concluderend kan er gesteld worden dat er een aantal aspecten van belang zijn bij zwemmers. Het gaat om een combinatie van uithoudingsvermogen, kracht, flexibiliteit en controle in een herhalende beweging en veel trainingsuren die kunnen leiden tot schouderklachten en beperkingen. Dit kan leiden tot een zwemmersschouder, waarbij er een aantal pathofysiologische mechanismen worden beschreven: verminderd uithoudingsvermogen, beperkte coördinatie of zwakte van de schoudermusculatuur, beperkte scapulaire stabiliteit, slechte houding en beperkte rompstabiliteit. Er is in deze review geen rekening gehouden met andere dan musculoskeletale factoren, zoals inadequate zwemtechniek, ademhalingstechniek en trainingsleeftijd, mogelijk speelt dit ook een rol.

    Bron:

    Struyf, F., Tate, A., Kuppens, K., Feijen, S., Michiner, L.A. (2017). Musculoskeletal dysfunctions associated with swimmers’ shoulder. Br J Sports Med 2017;51:775-780. doi: 10.1136/bjsports-2016-096847

    Fotocredit: Sergey Nivens / Shutterstock

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    [cboxarea id="cbox-mGd1up104o5z8UP8"]
    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← Hebben voedingssupplementen effect op het fysiek functioneren en spierkracht bij ouderen?
    Bereidheid tot verandering voorspelt het effect van pijneducatie →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen