Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
    • JOUW CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search

    Plaatsen 3e generatie enkelprothese geeft wisselende resultaten

    18/06/2015 | Marjolein Streur
    Röntgenfoto van een enkel met artrose, zichtbaar door de ontsteking en botveranderingen
    Derde generatie enkelprotheses tonen functionele winst, maar complicaties en variabele uitkomsten blijven bepalend.

    Derde generatie enkelprothesen herstellen beweging en pijn aanzienlijk, maar niet zonder risico. Bij de meeste patiënten verbeterden functie en gangbeeld, toch traden meerdere complicaties en heroperaties op. Belangrijk afwegingskader: mobiliteitswinst versus mogelijke nadelen voor patiënt en keten.

    Een enkel artrodese is de gebruikelijke behandeling bij het eindstadium van artrose van de enkel. Dit brengt echter best veel beperkingen met zich mee, qua biomechanica en ganganalyse, maar daardoor ook op de andere gewrichten in de keten. Een enkelprothese is een andere optie, maar tot nu toe bracht dat ook nog veel complicaties met zich mee. De derde generatie enkelprotheses die is ontwikkeld lijkt veelbelovend. Bij deze prothese is er minder botresectie nodig, meer bot ondersteuning voor de prothese, ongecementeerde fixatie en ligamentaire balans vergeleken met vorige versies. In dit onderzoek wordt bekeken hoe de klinische resultaten zijn na een enkelprothese en of er een verband is tussen de radiologische en klinische resultaten.

    Methode

    Zeventien mensen hebben meegedaan aan dit onderzoek, waarvan bij 1 patiënt bilateraal een enkelprothese ontving. Alle patiënten behaalden geen symptoomvermindering meer met conservatieve therapie. Postoperatief verbleven de patiënten gemiddeld 6 dagen in het ziekenhuis en moesten 2 weken onbelast tot de hechtingen waren verwijderd. Daarna droegen ze nog een week gips waarop partieel belast mocht worden. Na het verwijderen van het gips was volledige belasting weer toegestaan en ging het revalidatie programma van start.

    • De bewegingsuitslag werd gemeten door middel van een goniometer.
    • Voor het meten van pijn, functie en alignment werd gebruik gemaakt van de American Orthopaedic Foot and Ankle Society (AOFAS) hindfoot-score [9].
    • Ganganalyse werd in kaart gebracht door computersysteem gekoppeld aan een dynamometrisch platform.
    • Daarnaast werd de tevredenheid uitgevraagd, waarbij drie scores (goed, matig, slecht) mogelijk waren.

    Resultaten

    Dorsaalflexie verbeterde gemiddeld significant met 4° en de plantairflexie met 3°. Het grootste en meest (klinische) relevante verschil werd gezien op de AOFAS-score; een verbetering van 52 punten op een schaal van 100. Bij de laatste meting gaf 83% van de patiënten aan tevreden te zijn met de resultaten van de operatie. De patiënten die matige of slechte tevredenheid aangaven hadden daar als redenen voor dat het lopen over heuvels moeilijk was, enkelinstabiliteit, en bij één was het complex regionaal pijnsyndroom opgetreden. Relatief gezien waren er wel veel complicaties. Bij twee patiënten trad er tijdens de operatie een fractuur op en 3 mensen moesten voor een tweede keer geopereerd worden, maar bij niemand hoefde de prothese verwijderd te worden. Op biomechanisch vlak hadden 5 mensen nauwelijks verschil vergeleken met de normale gang, bij 5 mensen werd een kleine afwijking gevonden, 6 mensen werden ingedeeld in de groep met een milde tot ernstige afwijking.

    Opmerkingen samenvatter

    De beslissing om wel of geen enkelprothese te laten plaatsen blijft lastig en dit kleinschalige onderzoek laat ook weer zien dat het niet zonder complicaties is. Aan de ene kant werd een forse verbetering gezien in qua pijnklachten, functie en alignment, was het overgrote deel van de mensen uiteindelijk tevreden en kwam de mobiliteit bij het grootste deel van de groep redelijk dichtbij het functioneren van een gezonde enkel. Aan de andere kant waren er ook complicaties, waarbij soms een tweede operatie nodig was en hadden een aantal mensen toch nog wel wat klachten. Het plaatsen van een prothese lijkt wel een goed alternatief voor een artrodese, met name vanwege het behoud van voldoende mobiliteit voor een goed gangpatroon. Hierdoor is een prothese minder belastend voor de omliggende gewrichten dan een artrodese.

    Bron:

    Roselló Añón, A., Martinez Garrido, I., Cervera Deval, J., Herrero Mediavilla, D., Sánchez González, M., Vicent Carsí, V.. (2014) Total ankle replacement in patients with end-stage ankle osteoarthritis: clinical results and kinetic gait analysis. Foot Ankle Surg. 2014 Sep;20(3):195-200 doi: 10.1016/j.fas.2014.04.002

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Marjolein Streur

    Marjolein Streur

    Fysiotherapeut/fysiotherapiewetenschapper. Referent/samenvatter. Speerpunt leefstijlcoaching en psychologie. Volgde de universitaire focusopleiding ‘klinische en gezondheidspsychologie’.

    Posts navigation

    ← Validiteit en betrouwbaarheid van meetinstrumenten voor propriocepsis schouder.
    Pijndempende werking van isometrische oefeningen bij patella tendinopathie →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen