Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Non-trust manuele technieken even effectief bij lage rugpijn als trust-technieken

    Non-trust manuele technieken even effectief bij lage rugpijn als trust-technieken

    20/05/2013 | Peter Van Burken | rugpijn

    Non‑trust passieve oscillaties bleken bij mechanisch reproduceerbare lage rugpijn even effectief als sidelying en supine thrusts. Beide groepen verbeterden in pijn en functie; de voorkeur van de behandelaar beïnvloedde de uitkomst. Wat zegt dit over keuze en toepassing van manuele technieken?

    Er zijn volgens de auteurs twee onderzoeken die aantonen dat trust manipulaties bij acute lage rugpijn meer pijnreductie geven dan non-trust manipulaties. De auteurs stellen echter dat de in die onderzoeken gebruikte non-trust technieken niet conform de gangbare inzichten plaatsvonden (bijv Maitland, Dutton, Cook). De auteurs zetten daarom zelf een RCT op.

    Methode
    Aan dit onderzoek deden 17 fysiotherapeuten mee uit 16 praktijken. De patiënten waren ouder dan 18 jaar. Ze moesten tijdens het onderzoek mechanisch te reproduceren lage rugpijn hebben. Gemiddeld hadden ze rond de 30 weken last van lage rugpijn. Bovendien betrof het patiënten die tijdens het passief accessoir bewegingsonderzoek al een verbetering in pijn of mobiliteit ervoeren. Uiteindelijk konden 149 deelnemers aan dit onderzoek geanalyseerd worden. De fysiotherapeut bepaalde zelf aan de hand van een dobbelsteen in welke groep de patiënt terecht kwam. Het oefenprotocol dat naast de manuele technieken aangeboden werd gold alleen voor de eerste twee sessies. Nadat de patiënt toegewezen was aan een trust of non-trust groep, kon de fysiotherapeut binnen deze interventie zelf kiezen voor de precieze vorm van uitvoering. Daardoor kreeg het klinisch redeneren/handelen een reële plaats. De fysiotherapeut moest zich daarbij laten leiden door de reproduceerbaarheid van de klachten op het exacte spinale niveau. Op die wijze werden de technieken niet aspecifiek aangeboden, maar juist zeer gericht afgestemd op de klacht van de patiënt. Na deze twee behandelingen kon de fysiotherapeut zelf bepalen welke therapie hij naast de gebruikte manuele therapie wilde inzetten. De trust-technieken bestonden uit sidelying rotational manipulation (Maitland, 1997; Cleland et al., 2009) en de supine anterior superior iliac spine thrust manipulation. De non-trusttechnieken bestonden uit passieve oscillatoire bewegingen binnen de fysiologische range van het gewricht (Maitland, 1997).

    Lees verder:  Niet de hersenlocatie maar de verbindingen voorspellen met 90% zekerheid welke rugpijn patiënt reageert op placebo

    Metingen
    De metingen werden op drie momenten gedaan: op baseline, na twee behandelingen, en na ontslag.

    • Pijn: Nummeric Rating Scale pijn.
    • Angst voor pijn/schade door bewegen: Fear Avoidance Beliefs Questionnaire work subscale (FABQ-w).
    • Beperkingen: Oswestry Disability Index (ODI) (Fairbank et al., 1980).
    • Zelf gerapporteerd herstel: schaal verloop van 0% tot 100%.
    • Indivuduele voorkeur van de fysiotherapeut: drie fysiotherapeuten hadden een persoonlijke voorkeur richting trust- technieken, acht fysiotherapeuten hadden een persoonlijke voorkeur voor non-trust technieken, en zes fysiotherapeuten gaven aan geen voorkeur te hebben.

    Resultaten
    De beide groepen gingen vooruit op pijn en beperkingen tussen baseline en tweede sessie, en tussen de tweede sessie en ontslag. Tussen de groepen bestond er geen verschil in effectiviteit op pijn of beperkingen. De voorkeur van de therapeut beïnvloedt significant de uitkomst op pijn en beperkingen.

    Opmerkingen samenvatter
    Dit onderzoek laat zien dat de non-trust technieken even effectief zijn als de trust technieken. Er was geen controlegroep die geen behandeling kreeg, de auteur vertrouwden erop dat eerder onderzoek afdoende aantoonde dat manuele technieken bij acute lage rugpijn werkzaam is. In de inleiding haalden ze daartoe de volgende auteurs aan: Airaksinen et al., 2006; Laerum et al., 2007.

    Bron:

    Cook, C., Learman, K., Showalter, C., Kabbaz, V., & O'Halloran, B. (2013). Early use of thrust manipulation versus non-thrust manipulation: A randomized clinical trial. Man Ther, 18(3), 191-198. doi: 10.1016/j.math.2012.08.005

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← Hoe hard drukt men bij PA mobilisaties aan de wervelkolom en hoe groot is de bewegingsuitslag?
    Q-hoek bij patellofemorale pijn wordt groter in plaats van kleiner bij staan op één been →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen