Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
    • JOUW CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search

    Conservatieve behandeling van het cubitale tunnel syndroom

    01/03/2020 | Amber Hulleman
    Hand houdt een pijnlijke elleboog vast, wat kan duiden op cubitale tunnel syndroom
    Wat werkt echt bij cubitale tunnelsyndroom: spalken, educatie en aanpassingen of toch injecties?

    Conservatieve behandeling van het cubitaaltunnelsyndroom blijft onduidelijk door beperkte en heterogene onderzoeken. Aanpassen van activiteiten, scholing en spalken tonen de meeste aantoonbare meerwaarde. Over injecties, ultrasound en zenuwmobilisatie is bewijs te zwak voor een advies.

    Het cubitale tunnel syndroom (CuTS) is een compressie neuropathie, die na het carpale tunnel syndroom het meeste voorkomt bij de bovenste extremiteit. Operatieve behandeling geeft slechts bij 70% een vermindering van klachten. Bij milde tot matige klachten wordt vaak conservatieve behandeling aangeraden, er is echter maar beperkte evidentie hoe deze behandeling uitgevoerd dient te worden. De behandelingen zijn meestal gericht op het verminderen van de compressie op de nervus ulnaris, welke het meest aan compressie onderhevig is bij maximale flexie van de elleboog. Het doel van deze systematische review is om de evidentie van de diverse behandelmethoden te analyseren, zodat er een advies uitgebracht kan worden over de meest optimale behandeling bij het cubitale tunnel syndroom.

    Methode en resultaten

    Er is gezocht in diverse medische databases, waarbij iedere vorm van conservatieve behandeling bij het cubitale tunnel syndroom is geïncludeerd. Uiteindelijk zijn er 20 onderzoeken met totaal 877 patiënten overgebleven, van verschillende methodologische kwaliteit. De meest gebruikte uitkomstmaten zijn subjectieve ervaring van klachten, zenuwgeleidingsonderzoek en elektromyografie. De meest voorkomende behandelingen zijn scholing, aanpassen van activiteiten, spalken, injecties, zenuwmobilisatietechnieken, gepulseerde echografie, lasertherapie, gebruik van NSAID’s en krachtoefeningen. De gemiddelde duur van de therapie was drie maanden.

    Discussie en conclusie

    Uit de systematische review is te concluderen dat de meest optimale conservatieve behandeling bij het cubitale tunnel syndroom nog steeds onduidelijk is. De huidige evidentie suggereert dat het aanpassen van de activiteiten, scholing en spalken effectief zijn bij milde tot matige klachten. Een steroïde injectie lijkt in alle onderzoeken effectief te zijn, maar de resultaten zijn twijfelachtig. Over behandeling met ultrasound, laser of zenuwmobilisatietechnieken zijn genoeg onderzoeken bekend, daarom kan daar geen advies over gegeven worden. Er is geen optimale duur van therapie aan te geven. De meest voorkomende duur was drie maanden, de kortste was vijf weken.

    De grootste beperking van dit onderzoek was het gebrek aan onderzoeken van hoge kwaliteit en de heterogeniteit van de onderzoeken. Bijna alle onderzoeken lieten een verbetering in klachten zien gedurende de tijd, er zijn echter maar beperkt controlegroepen gebruikt, waardoor het niet te zeggen is of de verbetering komt door het natuurlijke beloop of de behandeling.

    Concluderend kan gesteld worden dat de combinatie van aanpassen van activiteiten, scholing en spalken de enige conservatieve behandeling is bij het cubitale tunnel syndroom met enige aantoonbare evidentie. Het lijkt erop dat de meest optimale behandelduur 6-12 weken is, met een follow-up na 3-6 maanden.

    Bron:

    Kooner, S., Cinats, D., Kwong, C., Matthewson, G. D., & Dhaliwal, G. (2019). Conservative treatment of cubital tunnel syndrome: A systematic review. Orthopedic Reviews, 11(2).

    Fotocredit: Seasontime / Shutterstock.

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Amber Hulleman

    Amber Hulleman

    Fysiotherapeut/ sportfysiotherapeut. Docent Fysiotherapie bij Hogeschool Rotterdam. Referent/samenvatter met specialisatie musculoskeletaal / sportfysiotherapie.

    Posts navigation

    ← Hoe woordkeuze invloedt heeft op pijnbeleving
    Lichamelijke activiteit voorkomt sarcopenie →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen