Hoewel onderzoek naar de effecten van communicatie binnen de medische setting sterk toegenomen is, bevindt het zich binnen de fysiotherapie nog in de beginfase. Een systematische review van Pinto e.a. (2012) identificeert 12 studies binnen de fysiotherapeutische setting. De auteurs concluderen dat er enig bewijs is dat een patiënt-gecentreerde communicatiestijl de therapeutische relatie bevordert. Voorbeelden zijn: emotionele steun geven en de patiënt betrekken in het behandelproces. Fysiotherapeuten beschouwen doorgaans de therapeutische relatie en de bronnen van de patiënt als belangrijker voor behandelsucces dan behandeltechnieken (Stenmark, e.a., 1994). Onderzoek steunt deze visie.
Vanuit de medische setting is bekend dat verbeterde communicatie op zowel de korte termijn als de lange termijn gunstig is voor het diagnostische en het behandelproces. Er zijn enkele onderzoeken die suggereren dat communicatietraining binnen een medische setting effectief is (Parry, e.a. 2018).
De auteurs van dit artikel wilden meer inzicht hebben in de inhoud van de communicatie tussen fysiotherapeut en patiënt. Meer specifiek keken ze naar de interactie tijdens de eerste onderzoekssessie bij patiënten met rugpijn in een eerstelijnssetting.
Methode
Aan dit onderzoek deden 27 patiënten (ongeveer 50% man/vrouw verhouding) met aspecifieke lage rugpijn mee en 9 fysiotherapeuten (3 mannen en 6 vrouwen). Er werden maximaal vier patiënten per fysiotherapeut geïncludeerd. Het betrof de verbale analyse van de eerste sessie. In deze sessie van 45 minuten werd de hulpvraag verkend en het onderzoek uitgevoerd. De sessies werden met een audiorecorder opgenomen. De verkregen verbale data werden onderzocht. Ook werd er geobserveerd, maar alleen om de context van de verbale communicatie te kunnen begrijpen (bijvoorbeeld een bepaalde uiting tijdens een specifieke test). De verbale uitingen werden gecategoriseerd aan de hand van het Medical Communications Behavior System (MCBS) (Wolraich, e.a., 1986). Dit systeem meet:
- 13 klinische gedragingen (inhoud, affectief en negatief),
- 7 patiënten gedragingen (inhoud, affectief en negatief),
- 3 overige gedragingen.
Elke verbale uiting werd gelabeld in de MCBS-categorieën met behulp van het Synote webgebaseerde annotatiesysteem.
Resultaat
De therapeut is meer aan het woord dan de patiënt: de therapeut spreekt gedurende de helft van de sessietijd, de patiënt gedurende een derde van de sessietijd. Wat betreft inhoud zag men het volgende patroon:
Vetgedrukt staan de belangrijkste categorieën:
| Percentage van de sessie tijd aan het woord. | ||
|---|---|---|
| Fysiotherapeut | Patiënt | |
| Inhoud | 20,3 % Geschiedenis/achtergrond. | 0,6 % Inhoudelijke vagen |
| 10,3 % Check of info begrepen wordt. | 31,3 % Inhoudelijke opmerkingen. | |
| 12,5 % Advies/suggesties. | 0,3 % Check of info begrepen wordt. | |
| 4,7 % Herhalen. | ||
| 0,1 % Uitleggen. | ||
| Affectief | 0,2 % Naar emoties vragen. | 0,2 % Aanmoedigen. |
| 0,5 % Geruststellen/steunen. | 0,7 % Emotionele uitingen | |
| 0,1 % Reflectie van gevoelens. | ||
| 0,6 % Bemoedigen/erkennen. | ||
| Negatief | 0,0 % Afkeuren. | 0,0 % Afkeuren. |
| 0,0 % Verstoren. | 0,0 % Verstoren. | |
| 0,2 % Jargon gebruik. | ||
| Overig | 2,6 % Sociale vriendelijkheden. | |
| 9,6 Stilte. | ||
| 4,6 % Niet classificeerbaar. | ||
Het is duidelijk dat de fysiotherapeut en de patiënt sterk inhoudelijk gericht zijn. Er is nagenoeg geen negatieve verbale inhoud. Spaarzaam zijn er door beide partijen uitingen rond emotionaliteit. Bijvoorbeeld over zorgen, of geruststellen.
Ervaren fysiotherapeuten besteden iets meer verbale uitingen aan geschiedenis/achtergrond en advies dan minder ervaren therapeuten. Mannen zitten iets meer op ‘geschiedenis/achtergrond’ dan vrouwen, vrouwen iets meer op ‘advies’ dan mannen. Deze verschillen in percentage zijn echter klein en liggen rond de 5-7%.
Opmerking samenvatter
De fysiotherapeut en de patiënt zijn inhoudelijk taakgericht bezig en dat is goed. Aan emoties en zorgen wordt nauwelijks uiting gegeven, althans verbaal. Gezien het hoge percentage stressgerelateerde gezondheidsproblematiek binnen de eerste lijn is dit verwonderlijk.