Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Pijnmodulatie via afleiding werkt beter bij fibromyalgie patiënten die actief zijn en/of weinig zitten

    Pijnmodulatie via afleiding werkt beter bij fibromyalgie patiënten die actief zijn en/of weinig zitten

    06/07/2012 | Peter Van Burken | fibromyalgie, hersenen
    Persoon met een gezondheidsmonitor in de hand, mogelijk gericht op pijnmanagement bij fibromyalgie
    Actieve FM-patiënten profiteren meer van afleiding bij pijn; minder zitten lijkt doorslaggevend.

    Afleiding via een Stroop-taak vermindert pijn bij fibromyalgiepatiënten, vooral bij wie weinig zit en meer lichte tot matige activiteit heeft. Actieve patiënten tonen meer DLPFC- en PAG-activatie; veel zitten hangt samen met minder betrokken pijnregulatie. Praktische implicaties voor adviseren van bewegen en gedragsinterventies.

    De pijn bij fibromyalgie patiënten wordt onderhouden door dysregulatie binnen het centrale zenuwstelsel. Fibromyalgie (FM) patiënten hebben bijvoorbeeld versterkte temporele summatie, allodynie en hyperalgesie voor somatosensorische stimuli, afwezigheid van geconditioneerde pijnmodulatie en verstekte descenderende pijnfacilitatie. De hersenen van fibromyalgie patiënten reageren versterkt op zowel pijnlijke als niet-pijnlijke stimuli. In eerdere onderzoek onder FM patiënten toonden de auteurs aan dat er een positieve correlatie is tussen de mate van fysiek actief zijn en responsen op pijnlijke stimuli in hersenregionen die betrokken zijn bij pijnregulatie. Het betrof de dorsolaterale prefrontale cortex (DLPFC), posterior cingulate cortex (PCC), en de posterior insula. In datzelfde onderzoek werden negatieve correlaties gevonden tussen fysieke activiteit en hersenactiviteit in regionen betrokken bij sensorische-discriminitatieve en aandachtsaspecten bij pijn. Het betrof de postcentrale gyrus en de superior pariëtale cortex.
    Omdat pijnmodulatie in bovenstaand onderzoek niet gemanipuleerd werd, en er ook geen relatie onderzocht werd naar zit-tijd werd het huidige onderzoek opgezet.

    Methode

    Aan dit onderzoek deden 11 patiënten met fibromyalgie mee. Bij deze patiënten werd via een accelerometer (ActiGraph) gedurende zeven dagen de fysieke activiteit vastgelegd. Na deze meting werd tijdens functionele fMRI milde tot licht pijn stimuli gegeven via warmte toediening.
    De fMRi werden in vijf condities gemaakt:

    • Pijnstimulatie alleen.
    • Congruente stroop-test alleen. (=afleiding).
    • Incongruente stroop-test alleen (=afleiding sterker).
    • Pijnstimulatie en congruente stroop-test.
    • Pijnstimulatie en incongruente stroop-test.

    Direct na de pijnstimulatie werd de pijn geschaald op de Gracely box scales wat betreft pijn intensiteit en pijn onaangenaamheid (Gracely, e.a., 1978). De FIQ en BBDI werden ook afgenomen om de patiënten te typeren.

    Lees verder:  Motor Imagery met verbale- en muzikale cues verbetert het looppatroon bij MS

    Resultaten

    Zoals bedoeld was de pijn intensiteit van de warmte prikkel evenals de pijn onaangenaamheid het hoogst in de ‘pijnstimulatie alleen’ groep. In de congruente stroop-test groep was die wat lager, en in de incongruente stroop-test groep het laagst (is de meeste afleiding). De stroop taken kunnen dus inderdaad (via afleiden) de pijn moduleren. De mate van afname van pijnperceptie in de stoop-test ten opzichte van de basismeting werd als index voor pijnmodulatie genomen. Het resultaat toonde dat hoe minder tijd men doorbracht in rust gedrag en/of hoe meer tijd men doorbracht in lichte tot moderate fysieke activiteiten des te sterker vond de pijnmodulatie tijdens de stroop-testen plaats. Pijnmodulatie via cognitieve afleiding werkt dus beter bij FM patiënten die relatief weinig ‘zitten’ en relatief veel bewegen.
    Er bleek een significante relatie tussen fysieke activiteiten en/of zit tijd enerzijds en hersenactiviteit anderzijds  die betrokken is bij cognitieve pijnmodulatie.

    • De mate van fysieke activiteit was positief gecorreleerd met hersenactiviteit tijdens pijnafleiding is de DLPFC (een regio die ‘pijn’ transmissie tussen thalamus en de middenhersenen kan remmen), de dorsaal posterior cingulate cortex (dit bevordert adequaat evalueren en reguleren van  sensorische informatie), de periaqueductale grijs (geeft descenderende pijn inhibitie), en een negatieve relatie met activiteit in de linker anterior insula (betrokken bij creëren van aversie valentie van pijn).
    • De ‘zit’ tijd was negatief gecorreleerd met activiteit in de DLPFC, thalamus (activatie is geassocieerd met minder pijn), postcentrale gyrus (primaire somatosensorische cortex (betrokken bij o.a. pijnintensiteit), en de primaire motor cortex.

    Opmerking samenvatter

    Dit onderzoek in aanvulling met eerder onderzoek toont dat pijnmodulatie door afleiding beter tot stand komt bij FM patiënten die matig fysiek actief zijn en/of weinig ‘stilzitten’. Dit sterkere vermogen tot pijnmodulatie bij FM patiënten die veel bewegen en/of weinig zitten hangt op begrijpelijke wijze samen met activiteiten in hersenregionen die de pijn moduleren. Afleiding zoeken is een algemeen advies bij pijnpatiënten, dit onderzoek toont dat dit advies meer effect zal hebben als de fysiotherapeut de patiënt tegelijkertijd begeleid naar meer bewegen en minder zitten.

    Lees verder:  Meer gebruikmaken van lichaamsbewustzijn-interventies bij fibromyalgie

    Bron:

    Ellingson, L. D., Shields, M.R., Stegner, A.J., Cook, D.B. (2012). "Physical activity, sustained sedentary behavior, and pain modulation in women with fibromyalgia." <span style="text-decoration: underline;">The Journal of Pain</span> 13(2): 195-206. doi: 10.1016/j.jpain.2011.11.001

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    [cboxarea id="cbox-mGd1up104o5z8UP8"]
    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← Web-based chronische pijnmanagement is mooie aanvulling op reguliere fysiotherapie
    Angstige verbeelding veroorzaakt hyperventilatie en benauwdheid bij patiënten met medisch onverklaarde benauwdheid →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen