Het is niet eenvoudig om het biopsychosociale model in zijn volle breedte toe te passen binnen een fysiotherapeutische setting. Rond het gezondheidsprobleem van de patiënt zijn vaak zóveel beïnvloedbare factoren aanwezig dat de fysiotherapeut simpelweg onvoldoende tijd heeft om hieraan voldoende aandacht te besteden. Bovendien staat binnen de fysiotherapie het bewegend functioneren (direct of indirect) centraal. Het is dus begrijpelijk dat psychologische aspecten naar de periferie verschuiven of zelfs geheel uit beeld raken. Voor psychologische aspecten die direct gerelateerd zijn aan het bewegend functioneren, zoals disfunctionele ziekteopvattingen of angst voor bewegen, is dat misschien nog te overzien, maar voor meer algemene psychologische factoren, zoals werkstress of een verlieservaring, is het nog lastiger om hier op een betekenisvolle manier op te reageren.
‘Outsourcen?’
Het probleem van tijdgebrek kan deels worden ondervangen door een deel van de zorg te ‘outsourcen’. Dat kan op minimaal drie manieren:
- In overleg met de patiënt kan aanvullende hulpverlening worden gezocht (psycholoog, maatschappelijk werk). Daarbij kan men ook denken aan een psychosomatisch fysiotherapeut, die doorgaans meer tijd reserveert voor de patiënt.
- Men kan de patiënt wijzen op initiatieven in de wijk of regio die aansluiten bij de problematiek van de patiënt.
- Een andere mogelijkheid is de patiënt te wijzen op zelfhulpboeken of websites, zoals actbijpijn.nl, die vormen van zelfhulp bieden.
Single-session en micropractice
Een geheel andere oplossing ligt in de hoek van single-session en micropractices. Single-session betekent dat aan een bepaalde interventie slechts één sessie wordt besteed. Onder micropractice verstaan we dat de interventie relatief kort is. Men kan daarbij denken aan een halve minuut of bijvoorbeeld 5 minuten. Eén keer aandacht besteden aan een bepaalde interventie bespaart tijd. En als het bovendien een interventie is die relatief kort duurt, is deze voor de patiënt makkelijker in te passen in het dagelijks leven en mogelijk beter passend bij de motivatie die hij of zij kan mobiliseren. De auteurs (Susman, e.a., 2024) van het artikel dat we hier bespreken, beschrijven dat single-session en micropractice effectief kunnen zijn, bijvoorbeeld in het verlichten van stress bij de patiënt.
Zelfcompassie-aanraking
Zij deden onderzoek naar het toepassen van zelfcompassie-aanraking. Dit is een korte interventie waarbij de patiënt, wanneer hij of zij het moeilijk heeft (stress, schuldgevoel, minderwaardigheidsgevoel, eenzaamheid), zichzelf gemak, warmte en vriendelijkheid toewenst. Tegelijkertijd legt hij/zij een hand op de hartstreek en een hand op de buik. De bedoeling is dat de compassie en vriendelijkheid die men normaal gesproken voor anderen kan voelen, op zichzelf wordt gericht. Er is onderzoek dat aantoont dat dit al effect heeft op de cortisolrespons wanneer men het 20 seconden doet.
De auteurs van het artikel dat we hier bespreken, hadden echter aanvullende onderzoeksvragen. Ze wilden weten wat de effectiviteit is wanneer de single-session zelfcompassie-aanraking door de patiënt thuis wordt voortgezet door dit dagelijks minimaal 20 seconden te doen. De procedure bestond eruit dat men elke dag een kort moment nam om stil te staan bij een fout of een moeilijk gevoel, om zichzelf vervolgens vriendelijkheid, gemak en warmte te gunnen, terwijl men de hand op de borst en de buik hield. Fysiotherapeuten die bekend zijn met mindfulnesstraining zullen dit herkennen als een ‘loving-kindness’-oefening. Interessant aan deze oefening is dat op het moment dat (zelf)compassie daadwerkelijk wordt gevoeld, in het brein ook werkelijk de regio’s actief zijn die te maken hebben met sociale warmte en compassie.
Is compassievolle aanraking noodzakelijk?
Nu komt het ingenieuze van de onderzoekers. Zij maakten twee groepen, waarbij beide groepen stil moesten staan bij een moeilijk moment en zichzelf compassie moesten gunnen. De ene groep moest daarbij de hand op de borst en de buik leggen, terwijl de andere groep een aanrakingstaak kreeg die relatief betekenisloos was: met de top van de duim één voor één de toppen van de vingers aantikken in een doorgaande cyclus. De onderzoekers vroegen zich af of compassievolle aanraking daadwerkelijk een werkzaam element is, vergeleken met een neutrale aanraking.
Resultaten
De resultaten laten zien dat compassievolle aanraking inderdaad een groter effect heeft op de ervaren stress (en nog een scala aan andere maten) dan een betekenisloze aanraking.
Opmerking samenvatter
Dit is een mooi detailonderzoek naar een klein, maar mogelijk relevant proces binnen een micropractice. Op zich is het al waardevol wanneer we meer vriendelijkheid en compassie naar onszelf ontwikkelen en de patiënt dit kunnen leren via een oefening. De vraag is of het dan meerwaarde heeft om daarbij een hand op de borst en de buik te leggen. Dat kan voor sommige fysiotherapeuten mogelijk onnodig, overdreven of ‘zweverig’ overkomen. Dit onderzoek laat zien dat het wél degelijk meerwaarde heeft om jezelf daarbij compassievol aan te raken.
We begonnen met de constatering dat fysiotherapeuten wellicht wel willen, maar vaak ook tijd tekortkomen om aandacht te besteden aan allerlei psychologische elementen in het gezondheidsprobleem van de patiënt. Dit onderzoek is een mooi voorbeeld van een eenvoudig aan te leren interventie die stress reduceert. Het is een zeer korte oefening, waardoor de kans toeneemt dat de patiënt deze daadwerkelijk gaat toepassen en gewoontevorming een kans krijgt.