Het revalidatietraject na een voorste kruisbandreconstructie is een lang en intensief traject. Het belang dat de patiënt zich consistent gedurende het gehele revalidatietraject inzet, is door diverse onderzoeken bevestigd. Een goede revalidatietrouw verbetert de functionele vermogens zoals kracht en snelheid, verhoogt het psychologisch functioneren in de vorm van meer zelfvertrouwen en minder angst om te bewegen, en verhoogt de uitkomst wat betreft succesvolle terugkeer binnen de sport.
De revalidatietrouw is een uitdaging voor de patiënt, want slechts 30% van de patiënten houdt de revalidatie na voorste kruisbandreconstructie langer dan zes maanden vol. Er zijn allerlei barrières die de revalidatietrouw bij de patiënt ondermijnen. Zo zijn er psychologische factoren zoals het onderschatten van de inspanning en vasthoudendheid die het vraagt, angst om tijdens de revalidatie opnieuw geblesseerd te raken, gebrek aan sociale steun en een lage eigen effectiviteitverwachting. Het vraagt een sterke motivatie van de patiënt om, gezien deze uitdagingen en het lange traject, de revalidatie tot het eind vol te houden.
Twee theorieën zijn hier behulpzaam
Twee bekende en veel onderzochte theorieën rond gedragsverandering en gedragsbehoud zijn de self-determination theory (SDT; Deci & Ryan, 2013) en de theory of planned behaviour (TPB; Ajzen, 1991).
Self-determination theory
De self-determination theory stelt dat een context die aansluit bij drie basisbehoeftes (behoefte aan competentie, behoefte aan autonomie, en behoefte aan relatedness/verbondenheid), een autonome motivatie bevordert. Dat wil zeggen dat de persoon zich gemotiveerd voelt om bepaald gedrag uit te voeren, omdat het aansluit bij zijn intrinsieke waarden en behoeftes. Een context die juist geen rekening houdt met deze drie basisbehoeften, maar het gedrag extern afdwingt, zorgt voor een controlled-motivatie. Men doet het bijvoorbeeld omdat men zich ertoe verplicht voelt. Het is bekend dat autonome motivatie tot betere zelfregulatie leidt en betere uitkomsten oplevert dan de controlled-motivatie.
Theory of planned behaviour
De theory of planned behaviour is een theorie die sociaal-cognitieve overtuigingen (beliefs) beschrijft die de gedragsintentie vormgeven. Drie clusters van factoren zijn daarbij belangrijk:
- Attitude die men ten aanzien van het gedrag heeft, bijvoorbeeld de voor- en nadelen zien.
- Sociale norm, of men steun voor het gedrag ervaart van relevante anderen.
- Waargenomen gedragscontrole, of men het idee heeft dat men het uit kan voeren en barrières overwonnen kunnen worden.
Sowieso zijn dit al interessante gedachten op zich voor fysiotherapeuten. De fysiotherapeut moet een communicatieve stijl hanteren die de kans verhoogt dat de revalidatie aansluit bij de behoeftes van de patiënt aan competentie, autonomie en relatedness. En bovendien onderzoeken wat de patiënt als voor- en nadelen ziet, of er voldoende sociale steun is, en of het zelfvertrouwen in de revalidatie van de patiënt voldoende hoog is. Feitelijk heb je daarmee zes theoretisch onderbouwde clusters van vragen, die de fysiotherapeut in een gesprek met de patiënt kan onderzoeken en ten gunste kan beïnvloeden.
Integrated model of behavioural change
Beide modellen hebben op zichzelfstaand een voorspellende waarde voor bijvoorbeeld revalidatietrouw. Maar het verhaal wordt completer op het moment dat je de beide theorieën integreert tot het integrated model of behavioural change. De volgende relatie is het meest logisch en bevestigd in onderzoek: autonome motivatie (de self-determination theory als brede motivationele tendens) beïnvloedt de sociaal-cognitieve opvattingen (theory of planned behaviour). En niet andersom. Dus de algemene autonome motivatietendens is voorliggend ten aanzien van de meer specifieke overtuigingen rond het gedrag in kwestie.
Terug naar het onderzoek. De auteurs (Lee, e.a., 2025) wilden de temporele volgorde van deze twee elkaar complementerende theorieën onderzoeken bij patiënten die in een revalidatietraject zaten na een voorste kruisbandreconstructie.
Methode
236 patiënten die een voorste kruisbandreconstructie hadden ondergaan, vulden op de drie tijdstippen een set vragenlijsten in die de autonome motivatie, attitude, sociale norm, eigen gedragscontrole, gedragsintentie en therapietrouw in kaart bracht. Gemiddeld vond de eerste meting plaats zes maanden na de operatie, de tweede meting op ongeveer acht maanden postoperatief en de derde op ongeveer 10 maanden postoperatief. Kortom, de tijdsperiode valt binnen de midden- en late revalidatiefase, waarbij voortgezette krachttraining, en neuromusculaire en sportspecifieke training worden geadviseerd,
Resultaten
Over het geheel genomen blijkt inderdaad dat de elementen van de self-determination theory de elementen op een later tijdstip van de theory of planned behaviour beïnvloeden en vervolgens doorlopen naar intentie en revalidatietrouw.
Opmerking samenvatter
Het is altijd mooi als twee bekende theorieën in het voetlicht geplaatst worden van een fysiotherapeutische context, in dit geval revalidatie na voorste kruisbandreconstructie. Want deze twee theorieën zijn op zichzelf al inspirerend voor een aantal punten waar de fysiotherapie aandacht voor kan hebben.
De nieuwe bevinding is dat qua invloed de autonome motivatie voorafgaat aan de sociaal-cognitieve overtuigingen, en daarom in zekere zin als voorwaardelijk gezien kan worden. Dat wil zeggen dat de specifieke overtuigingen rond revalidatiegedrag, zoals de voor- en nadelen of de eigen gedragscontrole, versterkt worden door een autonome motivatie van de patiënt.
De kans dat een autonome motivatie bij een patiënt gefaciliteerd wordt, heeft mede te maken met de manier waarop de revalidatie en communicatie vormgegeven worden. In het kort. Als er oog is voor autonomie door bijvoorbeeld overleg met de patiënt en samen doen stellen, als er oog is voor competentiebeleving in de vorm van kleine successen of oprechte complimenten, en als de revalidatie plaatsvindt binnen een voor de patiënt relevante sociale context, dan bevordert dit de autonome motivatie. Daarmee is de kans groter dat de patiënt een positieve attitude heeft ten aanzien van de revalidatie en dus de revalidatie langer volhoudt. Het lijken misschien details in het lange en complexe revalidatietraject, maar zonder een motivationeel fundament houdt waarschijnlijk geen enkele patiënt het programma vol.