Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Trainingseffecten op moleculair niveau

    Trainingseffecten op moleculair niveau

    23/12/2018 | Johan Horst | hardlopen
    Microscopisch beeld van spiervezels, toont structuur en organisatie relevant voor trainingseffecten op genen
    Hoe training je spieren op moleculair niveau slimmer laat presteren en vermoeidheid uitstelt.

    Training activeert op moleculair niveau genen die eiwitsynthese en weefseladaptatie aansturen. Calcium- en ATP/AMP-signalen bepalen spiercontractie, vermoeidheid en metabole aanpassingen. Inzicht in deze processen verduidelijkt waarom duur, intensiteit en frequentie trainingsresultaat sturen.

    Om training en prestatie te verbeteren is het van groot belang te
    snappen wat er op moleculair niveau gebeurt ten gevolge van training. Training
    zorgt ervoor dat er diverse chemische en genetische processen in gang gezet
    worden. Hierdoor treden er adaptaties op waarbij enerzijds de weefselopbouw
    wordt geoptimaliseerd en anderzijds de vereiste chemische processen beter gaan
    verlopen.

    Effecten van training op genen

    Training zorgt voor mechanische en biochemische stress in ons lichaam. Tijdens en na een training worden er in de spiercellen als gevolg hiervan honderden genen in het DNA uitgelezen. Dit uitlezen gebeurt door het messengerRNA (mRNA). Het mRNA is tot 24 uur na een training actief met het uitlezen van de genen. Tijdens dit proces zorgt het mRNA ervoor dat er nieuwe eiwitten of enzymen worden aangemaakt om de chemische processen en weefselopbouw te verbeteren. Wanneer er voldoende frequent en intensief getraind wordt treden er lange termijn adaptaties op. Hierdoor ontwikkelt het lichaam een grotere belastbaarheid en kan het beter, langer en op hogere intensiteit inspanningen leveren.

    Calcium

    Calcium is een zeer belangrijke boodschapperstof in de spiercel.
    Door calcium is het lichaam in staat om de spieren goed te kunnen laten aan- en
    ontspannen. Wanneer een spiercel door het zenuwstelsel wordt geactiveerd komen
    er calciumionen vrij vanuit het sarcoplasmatisch reticulum (SR). Deze ionen
    komen terecht in de subcellulaire ruimte. Door het vrijkomen van deze
    calciumionen kan de spiercel een contractie inzetten. Als de spiercel zich
    vervolgens weer ontspant worden de calciumionen weer opgenomen in het SR. Dit
    gebeurt met behulp van calciumpompen die gelegen zijn op de wand van het
    SR.  Uit onderzoek is gebleken dat training
    op matig intensief niveau de uitwisseling van calcium verbetert. Vermoedelijk
    doordat er meer calciumpompen actief worden. Hierdoor kan het lichaam langer
    matig intensieve inspanningen leveren en is er een grotere weerstand tegen
    vermoeidheid.

    Lees verder:  Zware of lichte loopschoenen: wat is het effect?

    Bij inspanningen op hoge intensiteit, boven de VO2max, is gebleken
    dat het opnamevermogen van calcium door het SR sterk afneemt, zo’n 20 tot 50%.
    Dit verklaart de sterke spiervermoeidheid bij hoog intensieve inspanningen en
    training. Deze verminderde resorptie van calcium houdt veelal tenminste een uur
    aan.

    De precieze werking van de genen en eiwitsynthese in nog niet
    volledig te verklaren maar het is zeker dat de afgifte en opname van
    calciumionen van grote invloed is op de spierfunctie en daarmee het
    prestatievermogen. Er is nog nader onderzoek nodig om te bepalen in welke mate
    de duur, frequentie en intensiteit bepalend zijn voor de calciumrespons.

    ATP en AMP

    Ook de wisselwerking tussen adenosinetrifosfaat (ATP) en
    adenosinemonofosfaat (AMP) vormt een belangrijk signaal mechanisme bij
    inspanningen. ATP is de brandstof voor alle cellen in het lichaam. Tijdens
    lange of intensieve inspanningen neemt de hoeveelheid AMP toe en de hoeveelheid
    ATP neemt af. Deze verschuiving zorgt ervoor dat het eiwit AMPK vrijkomt. Dit
    eiwit brengt vervolgens diverse processen opgang ten behoeve van het
    prestatievermogen. Zo zorgt AMPK voor een hoger glucoseopname vermogen en een
    betere vetstofwisseling. Vooral hoog intensieve inspanningen en kort intensieve
    intervaltrainingen zorgen voor een sterke activatie van AMPK.

    Impact van moleculaire adaptaties

    Wanneer er regelmatig en met voldoende omvang getraind wordt kan
    er in een relatief korte tijd al een significante progressie worden waargenomen
    op moleculaire niveau. In onderzoek is aangetoond dat wanneer een sedentair
    persoon gedurende 6 weken 3 tot 4 keer gaat hardlopen een verdubbeling kan
    optreden in de aanwezigheid van het mitochondriaal eiwit. Dit eiwit is nodig
    voor het goed functioneren van de mitochondriën. De mitochondriën vormen een
    zeer belangrijk onderdeel in alle cellen van ons lichaam. Mitochondriën zijn de
    fabriekjes in de cel waar, door omzetting van glucose en vetzuren, ATP gevormd
    kan worden.  Goed functionerende
    mitochondriën en een hoge mitochondriale dichtheid is sterk bepalend voor het
    maximale zuurstofopnamevermogen, de VO2max.

    Lees verder:  's Ochtends hardlopen goed voor de nachtrust

    Het eiwit PGC-1alpha is een belangrijke katalysator in het
    aanmaken nieuwe mitochondriën. Daarnaast zorgt dit eiwit voor de activatie van
    het eiwit PRAR. PRAR verbetert de vetstofwisseling en kan fast-twitch
    spiervezels omvormen naar slow-twitch vezels. De toename van slow-twitch vezels
    zorgt ervoor dat het aerobe vermogen en de weerstand tegen vermoeidheid
    toeneemt. Deze factoren zijn van groot belang voor de middel- en lange
    afstandsloper. Net als bij calcium is het nog niet precies bekend welke vorm
    van training de beste respons geeft voor het in gang zetten van deze processen.

    Conclusie

    Door training en inspanning wordt er een grote hoeveelheid aan
    processen in gang gezet op moleculair niveau. Door mRNA worden honderden genen
    uitgelezen. Vervolgens worden er specifieke eiwitten en enzymen aangemaakt
    waardoor de celfunctie en weefselopbouw wordt geoptimaliseerd. Vooralsnog is
    het niet precies duidelijk welke vormen van training de beste respons
    teweegbrengen. Hier is nog verder onderzoek voor nodig. Het helder krijgen van
    de juiste trainingsprikkels kan vervolgens zorgen dat het prestatievermogen
    naar een nog hoger niveau getild kan worden.

    Bron:

    Anderson, O. (2013). Running Science. Champaign: Human Kinetics. Chapter 30.

    Fotocredit: Jose Luis Calvo/ Shutterstock.

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    [cboxarea id="cbox-mGd1up104o5z8UP8"]
    Johan Horst

    Johan Horst

    Fysiotherapeut. Referent/samenvatter met specialisatie hardlopen.

    Posts navigation

    ← Hoe verhoudt mindfulness zich tot dissociatie
    Muziek vermindert vermoeidheid tijdens oefenen →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen