Fysiotherapeuten richten zich bij patiënten met een CVA terecht op het directe herstel van het bewegend functioneren. Maar het is belangrijk om te beseffen dat er naast de bewegingsproblematiek diverse andere stoornissen en klachten kunnen spelen, waaronder klachten van emotionele aard. Stress, angst en depressie als gevolg van een CVA kunnen de situatie rondom het CVA nadelig beïnvloeden, bijvoorbeeld door het behandeltraject te verlengen of de kans op een tweede CVA te verhogen. Emotionele stoornissen kunnen de mentale verwerking, stemming en alertheid verslechteren. Ze kunnen bovendien leiden tot slechtere acceptatie van de aandoening, verminderde concentratie en onrealistische verwachtingen.
Fysieke activiteit
Fysieke activiteit en oefeningen zijn essentieel voor het herstel na een CVA; daarmee is oefentrouw doorslaggevend voor succes. Stress en emotionele ontregeling ondermijnen echter de oefentrouw. Het toevoegen van een psychologische interventie aan een fysiotherapeutisch revalidatieprogramma kan daarom belangrijk zijn, zodat de patiënt vanuit een completer biopsychosociaal perspectief wordt behandeld.
Autogenetraining (AT) van Schultz
De auteurs (Nordin, e.a., 2025) van het artikel dat we hier bespreken, zien een kans in een ontspanningsmethode genaamd autogenetraining (AT) van Schultz. Deze bekende en veel onderzochte methode werd in het begin van de 20e eeuw ontwikkeld. Er is veel bewijs voor de effectiviteit van autogenetraining (AT) bij het reduceren van uiteenlopende (bijkomende) klachten bij zowel lichamelijke als psychische stoornissen.
De methode is relatief eenvoudig te implementeren. In essentie komt het erop neer dat de patiënt, na het instellen van ‘rust’, zich via woorden en verbeelding een aantal ontspanningstoestanden lichamelijk voelbaar voorstelt. Binnen AT wordt dit gefaciliteerd met oefenzinnen zoals: ‘mijn armen zijn helemaal zwaar’ en bijvoorbeeld ‘mijn armen zijn helemaal warm’. Daarnaast zijn er oefenzinnen gericht op het hart, de ademhaling, buikwarmte en de koelte van het voorhoofd. Voor meer uitgebreide informatie over de achtergrond en de correcte uitvoering van autogenetraining verwijzen we naar het artikel ‘Autogene Training van Schultz: een overzicht‘
De auteurs van het onderzoek dat we hier bespreken, willen weten of het toevoegen van autogenetraining aan de gangbare fysiotherapeutische behandeling na een CVA een gunstig effect heeft op het emotionele welbevinden van de patiënt, de toeschrijving van zelfregulatie en de functionele zelfstandigheid.
Methode
In dit onderzoek werden 66 deelnemers random verdeeld over een interventiegroep en een controlegroep. Het betrof patiënten die in het afgelopen jaar een (eerste) CVA hadden doorgemaakt. De patiënten moesten beschikken over voldoende cognitieve en talige vermogens om aan het onderzoek deel te nemen.
De experimentele groep kreeg tijdens de fysiotherapeutische sessie 20 minuten autogene training, gevolgd door 40 minuten gebruikelijke fysiotherapeutische revalidatie. De controlegroep kreeg uitsluitend 60 minuten gebruikelijke fysiotherapeutische revalidatie. De interventies werden drie keer per week uitgevoerd gedurende 12 weken. Daarbij werd één sessie per week begeleid door de fysiotherapeut en moesten de patiënten twee sessies zelfstandig thuis uitvoeren.
Metingen
De volgende metingen werden voorafgaand aan de behandeling en na 12 weken uitgevoerd:
- Angst: HADS-A
- Depressie: HADS-D
- Recovery locus of control: RLOC
- Functionele zelfstandigheid (ADL): Modified Barthel Index (MBI)
Resultaten
Beide groepen gingen vooruit op alle vier de variabelen. Belangrijk is dat de experimentele groep, die fysiotherapie kreeg aangevuld met autogene training, significant grotere verbeteringen liet zien op angst en depressie dan de controlegroep. Ditzelfde patroon werd ook gezien bij functionele zelfstandigheid, maar daar was het verschil tussen de groepen veel minder uitgesproken.
Opmerking samenvatter
Dit onderzoek onderstreept het belang van het biopsychosociaal model binnen de fysiotherapie, en dan specifiek bij patiënten na een CVA. Vanzelfsprekend moet de meeste aandacht uitgaan naar het optimaliseren van het bewegend functioneren, maar het zou jammer zijn als er geen aandacht wordt besteed aan het verbeteren van het emotionele welzijn van de patiënt. Dat is, zo laat dit onderzoek zien, daadwerkelijk van meerwaarde binnen de fysiotherapie en bovendien relatief eenvoudig te implementeren. Autogenetraining is een ontspanningsvorm die van oudsher bekend is binnen de fysiotherapie, en een fysiotherapeut kan met gemak enkele (delen van) sessies besteden aan het aanleren ervan.