Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Trainen core stability mogelijk effectief bij patellofemorale pijnklachten

    Trainen core stability mogelijk effectief bij patellofemorale pijnklachten

    28/03/2016 | Marjolein Streur | Pilates, patellofemoraal pijnsyndroom
    Man voert een zijwaartse plank uit om core stability te verbeteren, met focus op rompcontrole en blessurepreventie
    Sterkere core, minder kniepijnrisico: waarom rompstabiliteit het verschil kan maken bij PFP.

    Mensen met patellofemorale pijn tonen vertraagde pre‑activatie van buikspieren tijdens enkelbewegingen. Dit verandert het stabilisatiepatroon van de romp en kan bijdragen aan kniepijn. Coretraining als behandelingsstrategie verdient nadere aandacht.

    Patellofemorale pijn (PFP) blijft een aandachtspunt in de fysiotherapeutische praktijk aangezien 70-90% van de mensen die hier last van hebben chronische of terugkerende klachten ontwikkelen. De resultaten op de korte termijn zijn bij veel mensen goed, maar het succes op lange termijn blijft vaak uit. Omdat veel biomechanische factoren meespelen, is het lastig om te bepalen welke structuren aangepakt moeten worden om de effecten op lange termijn te verbeteren. Core stability is een populair onderwerp van onderzoek. Mensen met een beperkte neuromusculaire controle van de romp zijn vatbaarder voor blessures aan de onderste extremiteit, met name de knie. Daarnaast blijkt dat er een relatie is tussen een veranderde controle van het heupgewricht en belasting van het kniegewricht. Een grotere endorotatie lijkt bij te dragen aan de ontwikkeling van PFP. In een eerder onderzoek werd ook gevonden dat hardlopers die PFP ontwikkelen een grotere heupadductie hebben vergeleken bij gezonde hardlopers en daarbij suggereren de auteurs dat dit komt door een veranderde proximale neuromusculaire controle.

    Het centrale zenuwstelsel gebruikt twee spieractivatie patronen om het evenwicht te bewaren; anticipatoire posturale aanpassingen (APA) en compensatoire posturale aanpassingen (CPA). APA zorgt voor een verandering in spieractivatie vóór een evenwichtsverstorende gebeurtenis, CPA zorgt achteraf voor het herstel. Het kan zijn dat CPA een strategie is van het centrale zenuwstelsel om te compenseren voor een suboptimale effectiviteit van APA.

    Om de neuromusculaire veranderingen bij PFP-patiënten te begrijpen, hebben de onderzoekers van deze case-control studie gekeken naar de pre-activatie van core-spieren tijdens vrijwillige enkelbewegingen bij mensen met en zonder PFP.

    Lees verder:  Ervaringen van patiënten en fysiotherapeuten met Pilates

    Methode

    Dertig gezonde vrouwen en dertig vrouwen met PFP namen deel aan dit onderzoek. Door middel van een EMG werd de activiteit van de m. erector spinae, m. transversus abdominis, m. obliquus internus, m. gluteus medius en m. soleus gemeten. De participanten stonden met gekruiste armen en de voeten op schouderbreedte uit elkaar. Ze kregen de instructie om zo snel en sterk mogelijk op hun tenen te gaan staan op het teken van de onderzoeker en dan weer op de grond te gaan staan. Ze moesten niet balanceren op de tenen of in exact dezelfde uitgangspositie terugkomen. Deze beweging werd een aantal keer herhaald en voor, tijdens en na werd de spieractiviteit gemeten.

    Resultaten

    Bij baseline waren er geen verschillen tussen de groepen. Tijdens de oefeningen was er een significant latere contractie van de buikspieren in de PFP groep dan in de gezonde groep. Bij de gezonde proefpersonen spanden de gluteus medius en de buikspieren bijna gelijktijdig aan, in anticipatie op de beweging. Bij PFP zorgde de vertraging in de contractie van de buikspieren voor een veranderd patroon van spieractivatie. De volgorde van spieraanspanning was in de controlegroep eerst de gluteus medius en buikspieren, dan de erector spinae. Bij de PFP was dit eerst de gluteus medius, en pas later de buikspieren en erector spinae.

    Opmerkingen samenvatter

    Uit dit onderzoek blijkt dat de musculaire stabilisatie van de core anders verloopt bij mensen met een patellofemoraal pijnsyndroom. In eerdere onderzoeken komt naar voren dat in een gezonde situatie de buikspieren als een van de eerste spieren inspelen op een verandering in de onderste extremiteit. Bij de aanwezigheid van PFP is dat niet zo. Het verbeteren van de core stability zou dus bij deze patiëntengroep een effectieve behandelmogelijkheid kunnen zijn.

    Lees verder:  Spierfunctiestoornissen rond de heup bij patellofemorale pijn

    Bron:

    Biabanimoghadam, M., Motealleh, A., Cowan, S.M. (2016). Core muscle recruitment pattern during voluntary heel raises is different between patients with patellofemoral pain and healthy individuals. Knee. Feb 9 doi: 10.1016/j.knee.2016.01.008

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    [cboxarea id="cbox-mGd1up104o5z8UP8"]
    Marjolein Streur

    Marjolein Streur

    Fysiotherapeut/fysiotherapiewetenschapper. Referent/samenvatter. Speerpunt leefstijlcoaching en psychologie. Volgde de universitaire focusopleiding ‘klinische en gezondheidspsychologie’.

    Posts navigation

    ← Combinatie van interventies nodig om therapietrouw te verhogen
    Zachte landing vermindert verticale grond reactiekracht →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen