Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Oefentherapie verlaagt mogelijk ontstekingswaarden bij artrose

    Oefentherapie verlaagt mogelijk ontstekingswaarden bij artrose

    29/12/2014 | Marjolein Streur | artrose

    Oefentherapie bleek bij artrose niet alleen pijn en functie te verbeteren: na 12 weken verminderden ook IL-6 en TNFα in serum. Resultaten suggereren een mogelijk anti-inflammatoir effect van kracht- en rekoefeningen. Belangrijk: geen controlegroep en geen gewichtsverliesinterventie.

    Osteoarthritis wordt traditioneel gezien als een non-inflammatoire ziekte, maar recent is ontdekt dat cytokinen en prostaglandinen een rol spelen bij de afbraak van kraakbeen. Daarnaast is algemeen bekend dat pijnklachten en functionele beperkingen verminderd kunnen worden door matige fysieke activiteit en krachttraining. Wat hierbij nog niet goed is onderzocht, is wat de effecten van krachttraining kunnen zijn op de ontstekingswaarden in het bloed. Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen wat het effect van een oefenprogramma is op ontstekingswaarden, pijnperceptie en fysieke mogelijkheden bij mensen met osteoartritis.

    Methode

    Het design van deze studie is een observationele, ongecontroleerde, studie. Mensen met de klinische diagnose osteoartritis (OA) die ook via radiologische beeldvorming was vastgesteld werden geïncludeerd. Verder was van belang dat de deelnemers zonder hulpmiddel konden lopen. Metingen die voor en na de interventie werden gedaan waren:

    • Bloedonderzoek.
    • Western Ontario and McMaster Universities Arthritis Index (WOMAC, McConnell, 2001); specifiek voor de evaluatie van patiënten met OA. Vragen over pijn, stijfheid en fysiek functioneren.
    • VAS-schaal; objectiveren van pijn.

    Daarnaast ondergingen alle deelnemer een fysiek onderzoek. Hierin werd het volgende gemeten:

    • Body Mass Index (BMI).
    • Percentage lichaamsvet.
    • Bewegingsuitslagen van alle gewrichten aan de onderste extremiteit.
    • Omvang van taille en dijbeen.
    • 10 RM (repitition maximum) van gluteus maximus, medius, quadriceps en hamstrings.

    Het protocol voor oefentherapie bestond uit 12 weken training, met drie keer per week een sessie van 80 minuten. In deze sessies werd kracht en lenigheid getraind van de spieren rondom het bekken en in de onderste extermiteit. Het rekken werd gedaan voor de hamstrings, gastrocnemius, rectus femoris, iliopsoas, heup adductoren en paravertebrale spieren muscles. Krachttraining werd uitgevoerd voor de hamstrings, quadriceps, gluteus maximus, gluteus medius, en buikspieren. Het protocol bestond uit drie fases waarin de weerstand geleidelijk werd opgevoerd.

    Lees verder:  Pilates bij dubbelzijdige knieartrose

    Resultaten

    Uiteindelijk werden de resultaten van 22 mensen geanalyseerd. In BMI, percentage lichaamsvet en omvang van de dij werd geen significant effect gevonden. Significante resultaten waren er daarentegen wel voor taille omvang, VAS-score en alle subschalen van de WOMAC. De verschillen in pijn waren ook klinisch relevant; gemiddeld 4 punten minder op de VAS-schaal. Ook was er een significante afname van IL-6, een cytokine wat betrokken is bij inflammatoire reacties. Een andere cytokine, TNF alpha, had na de interventie ook een lagere waarde dan voor de interventie.

    Opmerkingen samenvatter

    Na de interventie periode werd een afname van ontstekingswaarden in het bloed gevonden. Een direct verband is hiermee nog niet aangetoond, maar het lijkt een aanwijzing te zijn dat oefentherapie een anti-inflammatoir effect kan hebben. IL-6 wordt geassocieerd met een hogere pijngevoeligheid, dus wellicht is de pijnperceptie afgenomen door het verlaagde niveau van IL-6. De auteurs suggereren dat er mogelijk een sterkere afname in ook TNF alpha te zien zou zijn geweest als de interventie ook gericht was geweest op gewichtsverlies. Adipoos weefsel produceert TNF alpha en aangezien bijna alle mensen in deze groep een BMI boven de 25 had, zou de geringe afname van het TNF alpha level mede daarmee te maken hebben. Als vervolg stap benoemen zij dus een fysiotherapeutische interventie, gecombineerd met een interventie voor gewichtsverlies.

    Bron:

    Aguiar, .G.C., Do Nascimento, M.R., De Miranda, A.S., Rocha, N.P., Teixeira, A.L., Scalzo, P.L. (2014). Effects of an exercise therapy protocol on inflammatory markers, perception of pain, and physical performance in individuals with knee osteoarthritis. Rheumatol Int. Oct 10. doi: 10.1007/s00296-014-3148-2

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Marjolein Streur

    Marjolein Streur

    Fysiotherapeut/fysiotherapiewetenschapper. Referent/samenvatter. Speerpunt leefstijlcoaching en psychologie. Volgde de universitaire focusopleiding ‘klinische en gezondheidspsychologie’.

    Posts navigation

    ← Actieve correctie scapula geeft meer pijnverlichting dan passieve correctie
    Waarom je als fysiotherapeut moet blijven masseren →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen