Pakweg tussen de 65% en 85% van de ouderen heeft last van musculoskeletale pijn. Daarvan heeft tussen de 36% en 70% lage rugpijn. In meer dan 80% van de gevallen gaat het dan om chronische aspecifieke lage rugpijn. Dat leidt niet alleen tot gezondheidsbeperkingen en verlies van zelfstandigheid, maar ook tot sociale isolatie. Beperkingen in de balans, vallen, spierzwakte en kinesiofobie zijn bijkomende gevolgen van chronische lage rugpijn, waardoor beperkingen in activiteiten en participatie ontstaan.
Bovendien zorgt de leeftijdsgerelateerde achteruitgang in sensorisch functioneren, motorische controle, centrale verwerking, neuronale paden en spierkracht voor verminderde houdingsstabiliteit, waardoor het risico op vallen verder toeneemt..
De houdingsbalans en de stabiliteit van de lumbale wervelkolom worden mede beïnvloed door de spieren van de onderste extremiteit, met name de heupspieren.
Therapievormen
Er zijn verschillende therapievormen ontwikkeld voor de behandeling van chronische aspecifieke lage rugpijn bij ouderen. Vooral het uitvoeren van fysieke oefeningen is aantoonbaar effectief om de pijn te verminderen en het fysieke functioneren te verbeteren bij deze groep.
De auteurs van het artikel (Ziya e.a., 2026) hebben in dit kader vooral belangstelling voor twee verschillende fysieke oefenvormen, te weten:
- Dynamic neuromuscular stability (DNS) exercises: deze methode is gebaseerd op motorische ontwikkelingsprincipes en gebruikt motorische ontwikkelingspatronen om bewegingsdisfuncties te verhelpen. Er ligt daarbij een sterk accent op de controle van de intra-abdominale druk en op de stabiliteit van de wervelkolom tijdens het oefenen in motorische uitgangshoudingen die ontleend zijn aan de gezonde ontwikkeling. Verschillende studies hebben de effectiviteit bij chronische aspecifieke lage rugpijn aangetoond.
- Feldenkrais-methode (FM): bijvoorbeeld in de vorm van ‘Bewustzijn door Beweging’, legt een sterk accent op proprioceptief en interoceptief gewaarzijn, aandachtig (mindful) bewegen, het open en nieuwsgierig onderzoeken van bewegingen, gecoördineerd en natuurlijk gracieus bewegen, en het ontdekken van moeiteloos geïntegreerd bewegen. De Feldenkrais-methode is een volwaardige body-mindmethode.
Omdat deze twee methoden elkaar goed kunnen aanvullen — bijvoorbeeld omdat de Feldenkrais-methode sterker inzet op mindful en geïntegreerd bewegen — deden de auteurs van het artikel dat we hier bespreken hier onderzoek naar.
Ze vergeleken een oefenreeks bestaande uit uitsluitend dynamic neuromuscular stability (DNS) exercises met een oefenreeks bestaande uit zowel dynamic neuromuscular stability (DNS) exercises als oefeningen uit de Feldenkrais-methode.
Methode
Aan dit onderzoek deden 37 vrouwelijke deelnemers met chronische aspecifieke lage rugpijn mee. De leeftijd lag tussen de 60 en 80 jaar. De deelnemers werden willekeurig verdeeld over de dynamic neuromuscular stability (DNS) exercises-groep of over de groep met dynamic neuromuscular stability (DNS) exercises aangevuld met oefeningen uit de Feldenkrais-methode. De eerste groep zullen we de DNS-groep noemen, de combinatiegroep de DNS-FM-groep. De randomisatie is geslaagd, want beide groepen zijn op demografische variabelen en onderzoeksvariabelen goed aan elkaar gelijk.
Interventie
De deelnemers kregen een 8-wekenprogramma met drie begeleide oefensessies per week van 50 minuten, waarvan 10 minuten warming-up, 30 minuten specifieke interventie en 10 minuten cooling-down. De DNS-groep kreeg drie keer per week DNS-training. De DNS-FM-groep kreeg in de middelste sessie van de drie oefeningen uit de Feldenkrais-methode. In de DNS-FM-groep bestond het programma dus voor één derde uit FM.
Metingen
De metingen die gedaan werden, bestonden uit:
- Pijnintensiteit: VAS
- Houdingscontrole: Berg Balance Scale (BBS)
- Spierkracht: kracht van de abductoren en adductoren van de heup, gemeten met een dynamometer
Resultaten
Beide groepen gaan statistisch significant vooruit op pijnintensiteit, balans en spierkracht van de heupabductoren en -adductoren. Belangrijker is dat de combinatiegroep (DNS-FM) significant meer vooruitgaat dan de DNS-groep op pijn en spierkracht van de heupabductoren en -adductoren. Op houdingsstabiliteit werd geen verschil in effect tussen beide oefengroepen gevonden.
Opmerking samenvatter
Dit onderzoek maakt wederom duidelijk dat fysieke oefeningen een belangrijke ingang vormen voor het behandelen van chronische aspecifieke lage rugpijn bij ouderen. Belangrijker is dat dynamische stabilisatie-oefenvormen (in dit geval gebaseerd op ontwikkelingsmotoriek) effectiever worden wanneer deze worden aangevuld met oefenvormen gericht op lichaamsbewustzijn, subtiele coördinatie en het vinden van geïntegreerd en moeiteloos bewegen. Het zou mij niet verbazen als dit ook geldt voor andere oefenvormen die sterk inzetten op kracht en stabiliteit en daarom aangevuld kunnen worden met gecoördineerde, geïntegreerde en lichaamsbewustzijnsgerichte oefenvormen.
In de cursus De mindful fysiotherapeut en de cursus Dansante fysiotherapie worden deze geïntegreerde lichaamsbewustzijnsoefeningen aangeboden.