Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search
    Home » Effect van postoperatieve fysiotherapie verbetert door toevoegen cognitief-gedragsmatige elementen

    Effect van postoperatieve fysiotherapie verbetert door toevoegen cognitief-gedragsmatige elementen

    08/02/2016 | Peter Van Burken
    Chirurgisch team tijdens een operatie aan de lumbale wervelkolom, gericht op patiënten met spinale stenose
    Telefonische cognitief-gedragsmatige fysiotherapie na rugoperatie verkleint bewegingsangst en verbetert herstel op termijn.

    Bij patiënten met hoge bewegingsangst verbeterde postoperatieve herstel meer na een kort, telefonisch cognitief-gedragsmatig fysiotherapieprogramma dan na standaardeducatie. Effecten op pijn en functioneren werden met name zichtbaar na drie maanden. Interessant voor wie biopsychosociale elementen wil integreren in nazorg.

    Spinale stenose komt bij 45% van de 60-plussers voor. Hoewel een rugoperatie de klachten kan verlichten blijkt tot 40% van de patiënten na de operatie nog fysieke beperkingen te hebben evenals een verminderde kwaliteit van leven. Angst om te bewegen, vermijdende coping, weinig positieve emoties, en depressie zijn onafhankelijk geassocieerd met een slechtere uitkomst na een operatie aan de lumbale wervelkolom. Ondanks dat postoperatief een biopsychosciale benadering aanbevolen wordt beperkt fysiotherapie zich na de operatie doorgaans tot het verbeteren van de kracht, mobiliteit en houding. Onderzoek heeft helaas geen verschil in effect aangetoond tussen deze traditioneel fysiotherapeutische benadering en geen fysiotherapie, educatie of het eenvoudige advies om actief te blijven. De onderzoekers bekeken daarom het effect van postoperatieve fysiotherapie die gebaseerd was op een biopsychosociale benadering. Het programma richtte zich specifiek op patiënten met sterke bewegingsangst. Het doel was het verminderen van de bewegingsangst en het verhogen van de eigen-effectiviteit van de patiënt. De interventie werd door fysiotherapeuten uitgevoerd. Omdat behandeling in de kliniek voor veel ouderen lastig was (financieel, geografisch of qua mobiliteit) werd er gekozen voor een telefoon-gebaseerde methode. De onderzoekers vergeleken hun cognitief-gedragsmatige fysiotherapie met standaard educatie.

    Methode

    Aan dit onderzoek deden 86 patiënten mee die langer dan 6 maanden lage rugpijn hadden en die een laminaectomie met- of zonder arthrodese hadden ondergaan voor hun degeneratieve aandoening van de lumbale wervelkolom. Omdat een score van 39 of hoger op de Tampa Scale for Kinesiophobia (TSK) voorspellend is voor een slechte uitkomst na een rugoperatie werd dit als inclusiecriterium gebruikt. Deze patiënten vulden voor de operatie een aantal vragenlijsten in met betrekking tot pijn (BPI), beperkingen (ODI), algemene gezondheid (SF-12), pijn eigen effectiviteit (PSEQ), en depressie (PHQ-9). Bovendien voerden ze een aantal functionele bewegingstesten uit (5-Chair Stand Test, de TUG en de 10-meter looptest). Zes weken na de operatie werden de metingen opnieuw gedaan en startte de eerste sessie van (a) het cognitief-gedragsmatig fysiotherapie programma of (b) de educatie. De patiënten waren hier random aan toegewezen. Drie- en zes maanden na de operatie werden de follow-up metingen gedaan. De patiënten ontvingen zes sessies, met een frequentie van één per week. De eerste sessie duurde één uur en werd op de kliniek gegeven de overige vijf sessies duurden 30 minuten en vonden via de telefoon plaats.

    De inhoud van het cognitief-gedragsmatige programma bevatte onder andere de volgende elementen:

    • Gedragsmatige zelfmanagement.
    • Problem solving.
    • Cognitieve herstructurering.
    • Relaxatie.
    • Educatie over relatie tussen lichaam en geest en activiteiten niveau.
    • Graded activity plan.
    • Wekelijkse activiteiten en wandel doelen.
    • Plezierige  (afleidende) activiteiten verkennen.
    • Balans rust-activiteit.
    • Omgaan met terugval.

    Het educatie programma ging over de voordelen van fysiotherapie, fysieke oefeningen, goede slaap, stress, energie management, en communicatie met hulpverleners. Het programma was algemeen informerend en duidelijk minder gericht op (coping)vaardigheden.

    Ongeveer 90% van de patiënten kregen ook ‘gangbare’ fysiotherapie in de kliniek.

    Resultaten

    De verschillen op pijn en beperkingen tussen de groep die de cognitief-gedragsmatige fysiotherapie kregen versus de educatie waren direct na het zes weekse programma niet significant, maar juist wel tijdens de 3 maanden follow-up. De cognitief-gedragsmatige groep had een significant beter effect dan de educatie groep op fysieke gezondheid op 3 maanden follow-up. Ten aanzien van de psychische gezondheid deed de cognitief-gedragsmatige groep het direct na het programma beter dan de educatie groep en op 3 maanden follow-up. Wat betreft de functionele bewegingstesten doet de cognitief gedragsmatige groep het beter op 3 maanden op alle drie de testen, maar niet direct na het programma. Dit zelfde patroon zag men voor de afname in kinesiofobie en de toename van pijn  gerelateerde eigen-effectiviteit.

    Opmerkingen samenvatter

    Dit onderzoek laat zien dat het toevoegen van specifiek cognitief-gedragsmatige vaardigheden aan standaard fysiotherapie een groter effect heeft dan het toevoegen van educatie sessies. Dit uitgangspunt vormt feitelijk de basis van PsychFysio opleidingen: fysiotherapie verrijken met cognitief-gedragsmatige en ervaringsgerichte elementen. De onderwerpen die in dit onderzoek werden besproken bevinden zich bijvoorbeeld in de cursus gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en pijn- en stressmanagement technieken. Recent is het pallet van interventies binnen PsychFysio opleidingen uitgebreid met ‘rijkere’ vormen van bewegen zoals dansante fysiotherapie, motorisch trainen bij musculoskeletale pijn (wervelkolom en extremiteiten) en mindful bewegen (Feldenkrais) in de cursus de Mindful Fysiotherapeut.

    Bron:

    Archer, K. R., Devin, C. J., Vanston, S. W., Koyama, T., Phillips, S. E., George, S. Z., . . . Wegener, S. T. (2016). Cognitive-Behavioral-Based Physical Therapy for Patients With Chronic Pain Undergoing Lumbar Spine Surgery: A Randomized Controlled Trial. J Pain, 17(1), 76-89. doi: 10.1016/j.jpain.2015.09.013

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    [cboxarea id="cbox-mGd1up104o5z8UP8"]
    Peter Van Burken

    Peter Van Burken

    Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

    Posts navigation

    ← DTF fysiotherapie: barrières bij het onderzoeken van aspecifieke, somatoforme klachten
    Chronische stress vermindert bindweefsel herstel via het immuunsysteem →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen