Vanaf zeven jaar kunnen kinderen al catastroferen rond lichamelijke stresssymptomen
Lichamelijke symptomen, zoals hartkloppingen, transpireren, trillen, benauwdheid, blozen zijn een belangrijk verschijnsel van angst(stoornissen), ook bij kinderen. Er zijn drie processen die ervoor kunnen zorgen dat deze op zich onschuldige stress- of angstsymptomen versterkt worden, zodat een angststoornis kan ontstaan:
Catastroferen (cognitief): als men lichamelijke stresssymptomen catastrofaal interpreteert als ‘gevaarlijk’ zullen ze versterkt worden.
Angstsensitiviteit (persoonskenmerk): sommige mensen zijn meer angstsensitief en interpreteren daardoor lichamelijke angstsymptomen meer negatief.
Emotioneel redeneren: sommige mensen draaien de causale relatie tussen gevaar en angstsymptomen om: ze gebruiken hun angstgevoel om in te schatten hoe gevaarlijk iets is.
Ook bij kinderen kunnen deze processen bijdragen aan het ontwikkelen van angststoornissen, zoals een paniekstoornis.
De auteurs willen vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief kijken naar het interpreteren van angstgerelateerde fysieke symptomen. Ze willen weten of (a) leeftijd een rol speelt in het toeschrijven van lichamelijke symptomen aan angst, (b) emotioneel redeneren ook bij kinderen speelt, en (c) de cognitieve ontwikkeling de twee bovenstaande vragen beïnvloedt.
Methode
Aan dit onderzoek deden 171 kinderen mee. Ze waren afkomstig van lagere scholen. De leeftijd lag tussen de 4 en de 13 jaar. De kinderen werden op basis van Piaget’s ontwikkelingstheorie in drie leeftijdgroepen gedeeld: 4-6 jaar, 7-9 jaar, 10-13 jaar. Rond de 7 jaar ligt volgens Piaget de overgang van preoperationeel denken naar concreet operationeel denken.
Meten 1: interpretatie van angstgerelateerde symptomen
De kinderen kregen twintig vignetten voorgelegd. Binnen die twintig vignetten zaten zeven vignetten die relevant waren voor het onderzoek. Deze set van zeven kwam twee maal in de stapel voor. De zeven vignetten waren qua situatie neutraal van aard, bijvoorbeeld:
Sam is op een feestje,
Sam speelt buiten met zijn/haar bal,
Sam is aan het tekenen.
Een set van zeven vignetten bevatte ook een beschrijving van angstsymptomen: ‘Sam is aan het tekenen en voelt plotseling zijn hart snel kloppen. De andere set van zeven vignetten bevatte geen beschrijving van angstsymptomen. Zes vignetten waren bijgevoegd ter opvulling. Het totaal is dus twintig vignetten. De kinderen moesten bij elk vignet aangeven welke emotie speelde bij Sam: blij, bang, boos, bedroefd, of pijn. Daaraan kan men beoordelen of angstgerelateerde lichamelijke symptomen geïnterpreteerd worden als teken van angst.
Meten 2: emotioneel redeneren
Kinderen werden gevraagd hoe angstig ze de vignetten vonden als ze het zelf zouden meemaken. Het verschil in angstniveau tussen de vignetten met- en zonder lichamelijke symptomen vormt dan een maat voor emotioneel redeneren.
Meten 3: cognitieve ontwikkeling
Drie conservatie taken van Piaget werden gebruikt voor het inschatten van de cognitieve ontwikkeling van het kind. Vooral de concreet-operationele capaciteit werd onderzocht. Het betrof conservatie van massa, vloeistoffen, en oppervlakte.
Resultaten
Interpretatie van angstgerelateerde lichamelijke symptomen: vignetten zonder lichamelijke symptomen werden vaker gekoppeld aan blijdschap, vignetten met lichamelijke symptomen vaker aan angst. Vanaf zeven jaar gaan kinderen duidelijk meer de angstgerelateerde lichamelijke symptomen in verband brengen met de emotie ‘angst’.
Emotioneel redeneren: het toevoegen van angstgerelateerde lichamelijke symptomen leidt er in alle leeftijdsgroepen toe dat de kinderen de situaties als meer gevaarlijk zien. Het emotionele redeneer effect was kleiner op 4-6 jarige leeftijd dan daarna.
Cognitieve ontwikkeling: met het toenemen van de cognitieve ontwikkeling van het kind gaan kinderen in toenemende mate de beschreven lichamelijke symptomen aan ‘angst’ toeschrijven en gaan ze ook meer emotioneel redeneren.
Uit het onderzoek komt ook naar voren dat tillende handen, een hart dat snel klopt, en moeite met ademhalen voor kinderen de belangrijkste lichamelijke angstsymptomen zijn. Een hulpverlener kan op deze drie symptomen extra bedacht zijn.
Samenvattend
Deze studie ondersteunt de stelling dat ook bij (normale)kinderen al vanaf zeven jaar cognitieve processen aanwezig zijn die in potentie angsten kunnen versterken. Deze processen kunnen bij sommige kinderen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een angststoornis.
Muris, P., Vermeer, E., Horselenberg, R. (2008). “Cognitive development and the interpretation of anxiety-related physical symptoms in 4-13 year-old non-clinical children.” Journal of behavor therapy and expermental psychiatry 39: 73-86.
Artikel delen:
Zin in een leuke en boeiende cursus?
Kijk dan hier voor inspiratie!
" 3000+ tevreden fysiotherapeuten gingen je voor. "
Nieuwsbrief
Elke twee weken 3 samenvattingen voor fysiotherapeuten. Gratis, al 17 jaar. 6000+ fysiotherapeuten gingen je voor.
Database met 1500+ artikelen
2025
8 dagen. Start 1 september 2025. Prijs € 1395,-…
9 dagen. Start 9 september 2025. Prijs € 1695,-…
8 dagen. Start 11 september 2025. Prijs € 1595,-…
3 dagen. Start 30 mei 2025. Prijs € 495,-…
3 dagen. Start 16 mei 2025. Prijs € 495,-…
4 dagen. Geannuleerd Gordon Browne geeft in Nederland twee…


